Wanneer strafrechters actief en op tijd rechtszaken organiseren, levert dat veel tijdswinst op. Ook stijgt de tevredenheid bij de procespartijen en neemt de werkvreugde bij rechters en personeel toe. Dit blijkt uit het verslag van het Arnhemse project ‘Proeftuin’, dat vandaag verschijnt in de nieuwste editie van ‘Rechtstreeks’, het tijdschrift van de Raad voor de rechtspraak over onderzoek en ontwikkelingen in de rechtspraktijk.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Vroege scan
Van eind 2009 tot nu heeft de strafsector van het Arnhemse gerechtshof gewerkt volgens een geheel andere formule: het project ‘Proeftuin’. De betrokken raadsheren kregen een veel actievere rol in het agenderen en organiseren van de strafprocessen. Ze maakten al vroeg een scan van mogelijke vertragingen in de afhandeling en pakten die open eindjes meteen aan. Daarbij was het mogelijk een voorzittersoverleg te organiseren, waarin de voorzittende raadsheer met het OM en de advocaten overeenstemming zoekt over het horen van getuigen en andere verzoeken. Omdat deze constructie wettelijk nog niet is geregeld, was vrijwillige deelname van alle betrokkenen vereist. Hetzelfde geldt voor een tweede innovatie: het verhoren van getuigen voorafgaand aan de zitting door een speciaal gedelegeerd raadsheer-commissaris.
Minder aanhoudingen
De nieuwe werkwijze heeft gezorgd voor een opvallend grote efficiencywinst. Met name het aantal aanhoudingen van strafzaken is aanzienlijk gedaald: van 26 procent gemiddeld naar 8 procent van de zaken in project Proeftuin. Deze daling levert veel tijdswinst op, zowel voor de burger als voor de raadsheer. De doorlooptijden van strafzaken binnen het experiment zijn gemiddeld 28 dagen korter: 122 dagen tegen 150 dagen in de reguliere werkwijze. “Het verschil is heel erg groot”, reageert Rick Robroek, stafjurist bij het Arnhemse hof en wetenschappelijk medewerker bij de rijksuniversiteit Groningen, die het experiment heeft begeleid. “We hadden wel een verschil verwacht, maar niet direct zo groot.”
Actieve rechter
Het concept van project ‘Proeftuin’ is gestoeld op de werkfilosofie van bijzonder hoogleraar Organisatie van de rechtspleging Rinus Otte, tevens raadsheer bij het gerechtshof Arnhem. Otte pleit al jaren voor een meer autonome, actieve rol van de rechter. Hij vindt de rol van de Nederlandse rechter te veel ‘verambtelijkt’. Otte is zelf een van de uitvoerende raadsheren in het Proeftuin-project. Niet als enige overigens, er zijn inmiddels meerdere raadsheren en diverse strafkamers van het hof in het project actief. “De resultaten zijn niet meer te herleiden tot het Otte-effect”, stelt Robroek. “Daarvoor is de proeftuin met twintig deelnemers te groot geworden.”
Prestatieafspraken
Een belangrijk aspect van de ‘Proeftuin’-formule zijn concrete prestatieafspraken tussen rechters en het management. Niet over het aantal zittingen, zoals doorgaans gebeurt, maar over het aantal afgeronde rechtszaken. In het eerste volledige kalenderjaar, 2011, zegden de twee betrokken strafkamers toe dat jaar in totaal 815 meervoudige kamerzaken af te handelen. Al in oktober 2011 was in een van beide kamers de productieafspraak gehaald. De andere kamer was een maand later zover. Beide kamers hebben vervolgens extra strafzaken in behandeling genomen. Robroek: “De winst in tijd zit hem vooral in de eerste fase: het snel maken van een scan en daar voortvarend mee aan de slag gaan.” In 2012 wordt de deelnemers aan de Arnhemse Proeftuin geacht 1100 meervoudige kamerzaken af te doen.
Werkvreugde
Naast rendementswinst levert de Proeftuin-aanpak ook een hogere tevredenheid op bij de betrokken procespartijen: de advocatuur en het OM. “Het meest spannend was wat de advocatuur er van zou vinden”, vertelt Robroek. “Van de niet-wettelijke status van het voorzittersoverleg en vroegtijdige getuigenverhoor bijvoorbeeld. Maar ze waren heel positief.” De advocaten vonden vooral de continuïteit in het contact prettig. In de nieuwe werkwijze werkt vaak een vast team rechtbankmedewerkers aan een rechtszaak. “Advocaten stellen het op prijs dat ze vanaf het begin tot en met het einde van een zaak met dezelfde griffiemedewerkers, dezelfde secretarissen en dezelfde raadsheren te maken hebben.” Ook bij de rechters en hun personeel stijgt de werkvreugde. Het bevalt ze om meer grip op het verloop van een zaak te hebben en waarderen om meer als team aan het eindresultaat te werken.
Vrijwilligheid
Is de schijnbaar succesvolle Proeftuin-methode aan te bevelen voor strafkamers in andere gerechtshoven en rechtbanken? Zeker, denken de betrokkenen bij het project. De nieuwe werkwijze tackelt immers een aantal knelpunten en kwesties die overal spelen. “Het kan, het is mogelijk”, antwoordt onderzoeker Robroek. “Maar het werkt alleen wanneer de betrokken rechters en griffiers het zelf willen”, benadrukt hij. “Het welslagen hangt voor een belangrijk deel af van betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Daarvoor heb je vrijwilligheid nodig.” Robroek hoopt dat de Proeftuin-aanpak ook in andere steden wordt beproefd. “Het is interessant om te zien hoe het concept werkt op meerdere plekken. Alleen dan kan de positieve waardering voor het Arnhemse experiment op waarde worden geschat.”

