De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 10 mei 2012 dat appellant er redelijkerwijs op mocht vertrouwen dat hij door aanvaarding van de voorgestelde functiewisseling er in zijn bezoldiging niet op achteruit zou gaan. De toezegging hield in dat betrokkene zijn salarisniveau met alle daaraan verbonden perspectieven zou behouden.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat sprake is geweest van een bevoegdelijk gedane toezegging door de directeur van de ISD. Deze was immers, zo is door appellant erkend, gemandateerd om besluiten te nemen over de bezoldiging van de medewerkers van de ISD. Anders dan door appellant is betoogd, verzetten tekst noch strekking van hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zich ertegen dat een tot besluitvorming gemandateerde functionaris toezeggingen kan doen en verwachtingen kan wekken, waaraan het bestuursorgaan, dat het mandaat heeft verleend, gebonden is.
In de door appellant genoemde uitspraak van de Raad van 1 november 2007 wordt inderdaad voor het in rechte honoreren van een toezegging de eis gesteld dat de toezegging schriftelijk is gedaan. In meerdere uitspraken nadien is die eis niet gesteld en in de uitspraak van 21 april 2011, LJN BQ3515, wordt met zoveel woorden aangetekend dat van zo’n in rechte te honoreren toezegging niet alleen sprake kan zijn als die schriftelijk is gedaan.
Voor wat betreft de inhoud van de in geding zijnde toezegging staat voor de Raad op grond van de schriftelijke verklaring van 6 juli 2009 van de voormalige directeur van de ISD voldoende vast dat deze betrekking had op het salaris dat betrokkene op grond van de Bezoldigingsverordening zou hebben ontvangen, indien hij de oorspronkelijk aan hem toegewezen functie in schaal 9 zou zijn blijven vervullen. De toezegging hield in dat betrokkene dit salarisniveau met alle daaraan verbonden perspectieven zou behouden. Dat het de bedoeling was dat de in artikel 13 van de Bezoldigingsverordening geregelde uitlooptoelage daarvan zou zijn uitgezonderd, is niet aannemelijk. Indien dat het geval zou zijn geweest, had het voor de hand gelegen om betrokkene daar expliciet op te wijzen, omdat in dat geval de functiewisseling voor hem een verslechtering van zijn salarisperspectief zou meebrengen in vergelijking met de situatie dat hij in zijn schaal 9-functie werkzaam zou blijven. Appellant mocht er dus redelijkerwijs op vertrouwen dat hij door aanvaarding van de voorgestelde functiewisseling er in zijn bezoldiging niet op achteruit zou gaan. De Raad onderschrijft daarom het oordeel van de rechtbank dat betrokkene aan de hem gedane toezegging in beginsel de gerechtvaardigde verwachting mocht ontlenen dat zijn verzoek van 5 februari 2009 zou worden ingewilligd.
De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht en het ambtenarenrecht.
Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

