Op 1 juli 2012 is de Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in werking getreden. Vanaf dan kunnen lagere rechters in bepaalde zaken zogenoemde prejudiciële vragen stellen aan de Hoge Raad. Over een rechtsvraag kan dan snel duidelijkheid worden verkregen. Zo hoeft een zaak dus niet meer (enkel) daarvoor te worden “uitgeprocedeerd” tot de Hoge Raad.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De Wet prejudiciële vragen bepaalt dat de rechter op verzoek van een partij of ambtshalve een prejudiciële vraag kan stellen. Dat kan niet alleen in een massaschadezaak, maar ook in een andere zaak waarvan het antwoord op een rechtsvraag van belang is voor talrijke andere feitelijke vergelijkbare zaken. De Hoge Raad is niet gehouden de vraag ook daadwerkelijk te beantwoorden, maar kan daarvan afzien als hij de vraag niet geschikt acht of van onvoldoende gewicht.
Onmiddellijke werking is uitgangspunt bij deze nieuwe wet. Dit betekent dat de bevoegdheid van de lagere rechter om aan de Hoge Raad een prejudiciële vraag te stellen ook mogelijk is ter zake van gebeurtenissen die vóór de inwerkingtreding van de wet hebben plaatsgevonden. Ook indien de desbetreffende procedure in welk kader de vraag wordt gesteld al daarvoor was begonnen.
mr. Robert Hendrikse, Van Doorne

