Als de (af)gesplitste delen van een oude ongesplitste vennootschap binnen drie jaren na de splitsing (in delen) worden verkocht, moet aannemelijk zijn dat er zakelijke overwegingen waren voor de (af)splitsing. Zo niet, dan wordt de (af)splitsing geacht in overwegende mate te zijn gericht op het uitstellen of ontgaan van belastingheffing en is de splitsingsfaciliteit in de vennootschapsbelasting niet van toepassing. Deze bewijslast is zwaar, zo blijkt uit een recente uitspraak van Rechtbank Haarlem.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Als de (af)gesplitste delen van een oude ongesplitste vennootschap binnen drie jaren na de splitsing (in delen) worden verkocht, moet aannemelijk zijn dat er zakelijke overwegingen waren voor de (af)splitsing. Zo niet, dan wordt de (af)splitsing geacht in overwegende mate te zijn gericht op het uitstellen of ontgaan van belastingheffing en is de splitsingsfaciliteit in de vennootschapsbelasting niet van toepassing. Deze bewijslast is zwaar, zo blijkt uit een recente uitspraak van Rechtbank Haarlem. Bij toepassing van de splitsingsfaciliteit hoeft niet te worden afgerekend over de stille reserves in de aan de (af)gesplitste vennootschappen overgedragen vermogensbestanddelen. Daardoor is de belastingheffing geen belemmerende factor als een onderneming of een concern de activiteiten wil herstructureren.
In de procedure voor de rechtbank wilde de moedermaatschappij van een fiscale eenheid eind 2007 twee verschillende activiteitengroepen van haar fiscaal gevoegde dochtermaatschappij verkopen aan twee verschillende kopers. Daartoe vond een afsplitsing plaats van de dochter en werd een van die activiteitengroepen aan een nieuw opgerichte vennootschap overgedragen. De nieuw opgerichte dochtervennootschap bleef buiten de fiscale eenheid. De verkoop van de beide dochtervennootschappen vonden vrijwel direct na de afsplitsing plaats. Op de aan de afgesplitste vennootschap overgedragen vermogensbestanddelen realiseerde de moedermaatschappij een boekwinst van bijna € 0,8 mln. De moedermaatschappij claimde hiervoor de toepassing van de splitsingsfaciliteit. De inspecteur wees dat echter af en meende dat de splitsing in overwegende mate was gericht op het ontgaan of uitstellen van belastingheffing.
Rechtbank Haarlem was het met de inspecteur eens. Nu de beide dochtervennootschappen vrijwel direct na de splitsing waren verkocht, was het aan de moedermaatschappij om aannemelijk te maken dat er zakelijke redenen waren voor het kiezen van de afsplitsing. Naar het oordeel van de rechtbank was de moedermaatschappij niet in deze bewijslast geslaagd. De reden van de splitsing lag in de voorgenomen verkoop van de activiteiten van de voormalige ongesplitste dochtervennootschap aan twee kopers. De keuze voor splitsing diende daarbij met name het belang van de moedermaatschappij. Door gebruik te maken van de splitsing en de doorschuiffaciliteit kon de moedermaatschappij een belastingvoordeel behalen. Verkoop van de verschillende activiteiten had naar het oordeel van de rechtbank ook op een andere, eenvoudiger wijze kunnen plaatsvinden door rechtstreekse verkoop van de verschillende activiteiten aan de verschillende kopers.

