De Raad stelt vast dat vanaf de indiening van het bezwaarschrift tot aan de datum van de uitspraak van de Raad vier jaar en vier maanden zijn verstreken. De Raad is van oordeel dat daardoor de in artikel 6 EVRM bedoelde termijn is overschreden en dat het College, door de onaanvaardbaar lange termijn die hij heeft genomen om zijn besluitvorming over de bezwaren van betrokkene af te ronden, hem tevens ervan heeft afgehouden om het in artikel 6 EVRM neergelegde recht op berechting binnen redelijke termijn te effectueren. Hierdoor heeft betrokkene spanning en frustratie ondergaan. Het College dient betrokkene dan ook de door hem geleden immateriële schade te vergoeden. De vergoeding wordt vastgesteld op € 750,-.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Centrale Raad van Beroep 28 maart 2006, LJN AV7780, Zaaknr: 05/2073 NABW

