Wie moet er in fiscaal opzicht worden beschouwd als eigenaar van een bedrijfsmiddel dat – bijvoorbeeld via een leaseovereenkomst – aan derden ter beschikking is gesteld? Tot op heden gaan fiscalisten ervan uit dat bij het beantwoorden van de fiscale eigendomsvraag de juridische eigendom een belangrijke rol speelt. Promovendus Warner Bruins Slot denkt daar heel anders over.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Wie is fiscaal de eigenaar van een object? Deze vraag moet worden beantwoord door uitsluitend te kijken naar de mate waarin verschillende partijen belang hebben bij de waardeontwikkeling van het object. Wie voelt een waardestijging of -daling in zijn portemonnee? Wie draagt er door het gebruik van het object toe bij dat het in waarde daalt? In het geval waarin objecten voor een lange periode worden geleast (verhuurd) ligt het belang bij de waardeontwikkeling in belangrijke mate bij de lessee (de huurder). Anders dan wel wordt aangenomen zou die lessee in die situatie voor een belangrijk deel fiscaal eigenaar van dat object zijn.
Volgens Warner Bruins Slot zijn er in de jurisprudentie voldoende aanwijzingen dat een nieuwe kijk op de fiscale eigendom is gerechtvaardigd. Het is niet per se noodzakelijk om één partij als fiscaal eigenaar aan te wijzen: zowel de verhuurder als de huurder kunnen fiscaal eigenaar van een deel van het bedrijfsmiddel zijn. De verdeling van de eigendom vindt plaats al naar gelang partijen economisch belang hebben bij het object. Een soortgelijke ontwikkeling valt waar te nemen in de nieuwste voorstellen op het gebied van de commerciële verslaglegging. Ook daarin wordt erop aangedrongen om (ook) op de balans van de huurder – in geval van langlopende huurcontracten – bedragen te activeren. Een andere kwestie die Bruins Slot behandelt is de vraag of degene die fiscaal als eigenaar van een object moet worden gezien, ook per definitie de partij is die aanspraak kan maken op investeringsfaciliteiten die via de fiscus worden verstrekt. Om het investeren in bepaalde milieuvriendelijke of energiebesparende bedrijfsmiddelen te stimuleren of om investeringen in een bepaalde regio aan te moedigen, worden investerende bedrijven via de fiscus gesubsidieerd. Bruins Slot concludeert dat de fiscale eigenaar niet in alle situaties ook de partij is die als ‘investeerder’ kan worden aangemerkt, terwijl iedereen daar tot op heden wel van uitging. Bijzondere aandacht geeft de promovendus in dit kader aan de Technolease, de leasetransactie tussen Philips en de Rabobank. Deze werd destijds door de Belastingdienst tegengehouden maar kwam onder politieke druk toch tot stand. Ook brengt dit proefschrift aan het licht dat in de situatie waarin leasemaatschappijen bijvoorbeeld energiebesparende bedrijfsmiddelen aan (semi-) overheidslichamen ter beschikking stellen, de kosten voor de schatkist veel hoger uitvallen dan het bedrag van de fiscale subsidie alleen. Er wordt namelijk ook minder vennootschapsbelasting ontvangen. Een ander nadeel van het subsidiëren via de fiscus is het feit dat wanneer twee ondernemers investeren in hetzelfde milieuvriendelijke bedrijfsmiddel, die twee niet per definitie ook hetzelfde subsidiebedrag ontvangen. Het uiteindelijke voordeel is afhankelijk van hun belastingpositie: betalen ze belasting en zo ja, tegen welk tarief? Warner Bruins Slot pleit ervoor de tendens om objectsubsidies te fiscaliseren een halt toe te roepen. W. Bruins Slot, Leasing in de vennootschapsbelasting. Een nieuwe kijk op ‘economische eigendom. (diss. Tilburg), Baambrugge: Uitgeverij Zacheüs 2006 |
Curriculum vitae
Drs. Warner Bruins Slot (1954) studeerde economie (administratief-organisatorische variant) aan de Vrije Universiteit Amsterdam (1972-1980) en volgde tussen 1980 en 1982 een postdoctorale studie Belastingrecht aan het Rijksinstituut Belastingen te Leiden. Vervolgens werd hij adjunct-inspecteur bij de Belastingdienst en inspecteur bij de Inspectie Vennootschapsbelasting. Sinds 2003 is Bruins Slot belastingadviseur bij KPMG Meijburg & Co te Amstelveen. Hij is vaste medewerker bij het Nederlands Tijdschrift voor Fiscaal Recht en het Weekblad Fiscaal Recht. Over de promotie |

