Samenvatting onder de verantwoordelijkheid van de griffier van de Hoge Raad der Nederlanden
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Achtergrond
Lancôme brengt onder haar merk Trésor hier te lande een parfum op de markt. Kecofa brengt sinds circa 1993 onder het merk Female Treasure flacons eau de parfum op de markt. Dat merk staat in het Benelux Merkenregister ingeschreven ten name van de heer N. In deze procedure heeft Lancôme Kecofa en N. (hierna ook: Kecofa c.s.) in 2000 gedagvaard voor de rechtbank Maastricht. Lancôme vorderde een verbod op het verhandelen van Female Treasure en op door haar gewraakte reclame-uitingen, op straffe van een dwangsom, alsmede nietigverklaring van het merk Female Treasure, schadevergoeding en winstafdracht met de gebruikelijke nevenvorderingen. Aan deze vorderingen heeft Lancôme ten grondslag gelegd:
- dat het merk Female Treasure inbreuk maakt op het merk Trésor,
- dat Kecofa zich schuldig maakt aan misleidende reclame in de zin van art. 6:194 BW en
- dat sprake is van inbreuk op auteursrecht, aangezien de geur van Female Treasure een getrouwe nabootsing, en daarmee een verveelvoudiging, vormt van de exclusieve geur van Trésor en de verhandeling van deze geur een openbaarmaking is in de zin van art. 12 Auteurswet 1912 (Aw).
Kecofa c.s. hebben daartegen gemotiveerd verweer gevoerd.
De uitspraak van rechtbank en hof
Nadat de rechtbank Maastricht in een tussenvonnis van 18 april 2002 (zie LJ nummer: AE1923), hersteld bij vonnis van 23 mei 2002, met betrekking tot de auteursrechtelijke grondslag – onder (c) – had geoordeeld dat de Auteurswet niet in weg staat aan auteursrechtelijke bescherming van een geurcombinatie, mits is voldaan aan de eisen, kort gezegd, die aan een werk in auteursrechtelijke zin worden gesteld, heeft de rechtbank Lancôme en Kecofa tot bewijslevering toegelaten en iedere verdere beslissing aangehouden.
De rechtbank liet Lancôme toe te bewijzen dat de onder het merk Trésor aangeboden geur aan die eisen voldoet en dat de geurcombinatie van Female Treasure als bewerking of nabootsing van die van Trésor moet worden beschouwd; Kecofa mocht bewijzen, kort gezegd, dat de geurcombinatie van Female Treasure niet het resultaat is van ontlening aan Trésor.
Op het door beide partijen ingestelde hoger beroep heeft het hof ‘s-Hertogenbosch in zijn arrest van 8 juni 2004 (zie LJ nummer AP2368) het vonnis van de rechtbank vernietigd en de op het auteursrecht gebaseerde vordering van Lancôme tegen Kecofa toegewezen. De overige vorderingen van Lancôme tegen Kecofa en die tegen N. heeft het hof afgewezen.
Cassatie bij de Hoge Raad
Kecofa heeft beroep in cassatie ingesteld. Lancôme heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld, zowel tegen Kecofa als tegen N. In deze procedure treedt voor Kecofa op: mr. R.S. Meijer, advocaat in Den Haag, en voor Lancôme: mr. T. Cohen Jehoram, advocaat in Den Haag, alsmede mr. Ch. Gielen, advocaat in Amsterdam.
Op 16 december 2005 heeft de advocaat-generaal mr. D.W.F. Verkade in zijn advies aan de Hoge Raad geconcludeerd in het principaal beroep tot vernietiging en verwijzing, en in het voorwaardelijk incidenteel beroep tot verwerping; voor zover het voorwaardelijk incidentele beroep is gericht tegen N., strekt zijn advies tot niet-ontvankelijkverklaring van Lancôme in haar beroep.
De uitspraak van de Hoge Raad
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 16 juni 2006 het principale cassatieberoep van Kecofa verworpen. Het incidentele beroep van Lancôme was ingesteld onder de voorwaarde dat het principaal beroep gegrond zou worden bevonden, en behoefde door de verwerping van dat beroep geen behandeling.
In deze uitspraak heeft de Hoge Raad erkend dat de geur van een parfum in aanmerking kan komen voor auteursrechtelijke bescherming. Daarvoor is wel vereist, zoals dat steeds voor auteursrechtelijke bescherming geldt, dat de geur origineel is.
Het is de geur, die beschermd wordt, niet de vloeistof die de geur verspreidt. Dat niet alle bepalingen van de Auteurswet zonder meer toepasbaar zijn op geuren staat niet in de weg aan het uitgangspunt dat de maker van een origineel geurend parfum het auteursrecht kan inroepen ter bescherming tegen namaak. Of sprake is van namaak in auteursrechtelijke zin, heeft het hof in deze zaak vastgesteld aan de hand van een rapport waarin waren opgenomen het resultaat van een onderzoek onder proefpersonen en van een laboratoriumanalyse. Daarop mocht het hof zijn oordeel baseren, zo heeft de Hoge Raad beslist.

