De Raad komt aan de vraag of er sprake is van het ontnemen van eigendom in de zin van het Eerste Protocol bij het EVRM niet toe, reeds omdat geen sprake is van eigendom in vorenbedoelde zin. De in geding zijnde subsidie wordt immers telkens voor een begrensde periode van één jaar aangevraagd, verleend en vastgesteld. Nu voorts aan de intrekking van de subsidie geen terugwerkende kracht is verleend kan er geen voorwerp van eigendom (“possession”) worden aangewezen dat de Stichting W. is ontnomen of waarin deze beperkt is, zodat de grief van appellanten ter zake geen doel treft.

