Begin deze maand deed de rechter uitspraak in een wat spraakmakende zaak. Juridisch gezien was het geschil vrij eenvoudig. Er zijn drie partijen bij betrokken, die ik om privacyredenen aan zal duiden met A, B en C. A is de man, B de ex-vrouw en haar nieuwe man en C de dochters en kleinkinderen van A.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
In een aantal op internet geplaatste artikelen beschuldigt partij B partij A van ontucht met partij C. Geen lichte beschuldiging en in de procedure blijkt dat B deze beschuldiging ook op geen enkele wijze hard kan maken. De rechter oordeelt dat de publicaties jegens A uitermate beledigend – en dus onrechtmatig zijn. B wordt veroordeeld om op straffe van een dwangsom de publicaties van internet te verwijderen, ‘in zoverre dat deze op geen enkele wijze meer via welke zoekopdracht dan ook op het internet is terug te vinden’.
Twee maanden na deze uitspraak staan partijen weer voor de rechter. A spreekt B aan tot betaling van de dwangsommen, terwijl B van mening is dat zij wel degelijk aan het vonnis heeft voldaan. Volgens A kunnen de teksten namelijk nog steeds worden teruggevonden in het cachegeheugen van Google.
De rechter stelt A in het gelijk:
‘Op [eisers] rustte uit hoofde van het vonnis een zware inspanningsverplichting (verstevigd met een dwangsombepaling) om aan hun verplichtingen uit dat vonnis te voldoen. Als zij van mening zijn dat zij onvoldoende kennis van internet hadden om er zeker van te zijn dat zij aan het vonnis voldeden had het op hun weg gelegen zich daarover te laten voorlichten of daar nadere informatie over in te winnen. Niet is gesteld of gebleken dat zij dit (tijdig) hebben gedaan of dat zij naar dergelijke informatie hebben gezocht. Dat zij dit hebben nagelaten, is echter een omstandigheid die voor hun rekening en risico dient te blijven.’
Het verweer van B dat zij niet op de hoogte was van de procedure om publicaties uit het cachegeheugen van Google te laten verwijderen, mocht haar dus niet baten.
Deze uitspraak kan naar mijn mening ook (vergaande!) gevolgen hebben voor de IE-praktijk. Zo zouden op grond hiervan de gedaagde die een geplagieerde tekst op zijn website plaatste of de wederpartij die onterecht de merknaam van de merkhouder gebruikte, er na een veroordelend vonnis goed aan doen om even te controleren of hun publicaties niet alleen van hun eigen website zijn verdwenen, maar ook uit het cachegeheugen van Google.
Tot slot zou ik nog twee dingen bij deze uitspraak willen opmerken.
In de eerste plaats geeft de rechter aan dat op B een inspanningsverplichting rust. Dat is juridisch gezien een groot verschil met een resultaatsverplichting. In het eerste geval hoeven de publicaties namelijk niet daadwerkelijk te zijn verwijderd door Google, maar hoeft B alleen maar te laten zien dat zij daar wel moeite voor heeft gedaan. Bijvoorbeeld door Google een e-mail te sturen. In het tweede geval zou B alleen aan het vonnis hebben voldaan als het beoogde resultaat is bereikt: zij had Google aangeschreven en Google heeft daarna ook daadwerkelijk de publicaties uit haar cachegeheugen verwijderd.
Daarnaast vraag ik mij af wat de reikwijdte van deze uitspraak is. Het verwijderen uit het cachegeheugen van Google lijkt voor de hand te liggen, nu Google in Nederland de grootste zoekmachine is. Stel dat de publicaties echter ook terug te vinden zijn in de cached pages van Bing. Is dit dan ook onrechtmatig? Of in buitenlandse zoekmachines, zoals het Chinese Baidu? En hoe zit het eigenlijk met websites als archives.org?
Het zou mij niets verbazen als deze uitspraak nog een staartje krijgt. Tot die tijd lijkt het voor zowel de eisende als de gedaagde partij verstandig om rekening te houden met alle ‘internetgeheugens’. De eisende partij kan in geval van een onrechtmatige publicatie in het petitum vorderen dat de gedaagde de publicatie ook uit het (cache)geheugen van bepaalde websites verwijdert. De gedaagde doet er op zijn beurt goed aan om in een procedure de omvang van de vorderingen van de wederpartij ter sprake te stellen. Zo komt het regelmatig voor dat allerhande media razendsnel berichten van elkaar overnemen. Is het dan voldoende om de publicatie alleen van de eigen website te verwijderen?
Om eventuele veroordeelde gedaagden gerust te stellen: blijkens het vonnis heeft de rechter na de zitting zelf onderzoek gedaan naar de door Google gehanteerde procedure om gegevens uit het cachegeheugen te verwijderen. Hij is daarbij tot de conclusie gekomen dat deze eenvoudig te vinden is en bovendien begrijpelijk is geformuleerd. In rechtsoverweging 4.6 van het vonnis zet hij de procedure stap voor stap uiteen.
mr. Elise Menkhorst, De Gier & Stam Advocaten

