U heeft zes weken de tijd om een bezwaar- of beroepschrift in te dienen. Volgens een wettelijk voorschrift begint de zeswekentermijn met ingang van de dag na die waarop het besluit (bijvoorbeeld een aanslagbiljet) op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. In voorkomende situaties kan het moeilijk zijn aan te geven of een besluit wel ‘bekend is gemaakt’. Is een besluit bijvoorbeeld bekend gemaakt in de volgende situatie: iemand emigreert en verhuist vervolgens een aantal keer zonder dit door te geven aan de belastingdienst. De aanslag wordt verzonden naar het eerste huisadres dat de emigrant heeft opgegeven. In een recente rechtszaak oordeelde Rechtbank Den Haag in een dergelijk geval dat de aanslag niet bekend was gemaakt, zodat het bezwaar door de inspecteur ten onrechte niet ontvankelijk was verklaard.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Een Nederlandse man emigreerde eind 2002 van Nederland naar het Verenigd Koninkrijk om daar werk te zoeken. In 2007 remigreerde hij weer. In de tussenliggende periode is hij een aantal keer binnen het Verenigd Koninkrijk verhuisd. In 2005 stuurde de inspecteur hem een ambtshalve aanslag op voor het jaar 2002. Deze aanslag werd echter verzonden naar zijn eerste woonadres in het Verenigd Koninkrijk. Omdat de man de verhuizingen binnen het Verenigd Koninkrijk niet had doorgegeven aan de belastingdienst, had hij de aanslag echter nooit ontvangen. Dat hij een aanslag opgelegd had gekregen over het jaar 2002 werd pas veel later duidelijk, namelijk op het moment dat hij na remigratie recht had op een te ontvangen bedrag aan omzetbelasting. Dit door de man te ontvangen bedrag had de belastingdienst namelijk verrekend met de ter zake van de aanslag 2002 te betalen belasting. Toen de man wegens het uitblijven van de teruggaaf contact opnam met de belastingdienst kreeg hij in juni 2010 een brief waaruit deze verrekening bleek. Vervolgens diende de man een bezwaarschrift in tegen de aanslag in oktober 2010. Dit bezwaar werd door de inspecteur niet ontvankelijk verklaard, omdat de bezwaartermijn was overschreden. Daar was de man het echter niet mee eens. De zaak kwam voor rechtbank Den Haag.
Rechtbank Den Haag overwoog dat in dit geval de aanslag niet geacht kon worden te zijn ‘bekend gemaakt’. Daarbij hechtte de Rechtbank veel belang aan de omstandigheden van dit specifieke geval. De Rechtbank achtte onder meer van belang dat de man in juni 2001 naar Engeland was gegaan om daar werk te zoeken en tussen juni 2001 en 11 november 2002 tussen Nederland en Engeland heen en weer had gependeld. Volgens de rechtbank was de aanslag ook niet bekend gemaakt door de brief waaruit de verrekening bleek van de (latere) teruggaaf, omdat daaruit niet bleek dat de aanslag door de man was ontvangen. Daarom was de Rechtbank van oordeel dat de bezwaartermijn niet was aangevangen en dat het bezwaar van de man dus tijdig was ingediend. De rechtbank verwees de zaak terug naar de inspecteur om alsnog een beslissing te nemen op het bezwaar van de man.

