Op 24 april 2012 deed het College van Beroep voor het bedrijfsleven uitspraak op de hoger beroepen van de Autoriteit Financiële Markten en de heer V.R. Muller tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 9 maart 2010. De rechtbank matigde de, aan Muller voor het meedelen van voorwetenschap opgelegde, boete tot € 10.000,- en bepaalde dat deze boete niet openbaar mocht worden gemaakt.
Het College verklaart het hoger beroep van Muller ongegrond en het hoger beroep van AFM gegrond.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Het College wijzigt de hoogte van de boete in € 11.400,-. Anders dan de rechtbank ziet het College in de stelling dat Muller door de voorwetenschap mee te delen een overtreding van het transactieverbod kon voorkomen, geen verzachtende omstandigheid. Dat de voorwetenschap in het kader van een kredietovereenkomst is meegedeeld, leidt echter wel tot een verminderde ernst van de begane overtreding. Verder berekent het College op een andere wijze dan de rechtbank de verlaging van de boete vanwege overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM.
Het College is het met de AFM eens dat de boete niet alleen vroegtijdig en met de uitspraak van het College, maar ook tussentijds openbaar mocht worden gemaakt.

