Volgens het gerechtshof Amsterdam, in een uitspraak op 19 april 2012, brengt goed koopmansgebruik mee dat een marketmaker zijn financiële instrumenten fiscaal dient te waarderen tegen de actuele of beurswaarde.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Marketmaker
De belastingkamer van Hof Amsterdam heeft uitspraak gedaan in een procedure van een marketmaker op de optiebeurs. Een marketmaker onderhoudt de handel in opties, futures en andere financiële instrumenten. Daarbij worden posities ingenomen in opties en aandelen, waarbij wordt geprobeerd om de risico’s zo goed mogelijk af te dekken. Bijvoorbeeld door bij een aankoop direct een tegengestelde verkoop te doen (en omgekeerd).
In de administratie en de commerciële jaarrekening van de marketmaker worden deze financiële instrumenten (activa/passiva) opgenomen tegen actuele waarde (beurswaarde). Voor de bepaling van het commerciële vermogen is namelijk slechts de actuele waarde van de bezittingen en schulden relevant. Fiscaal ligt dat, door de toepassing van het ‘voorzichtigheidsbeginsel’, anders: op de fiscale balans worden activa in het algemeen gewaardeerd op kostprijs of lagere marktwaarde. Dit houdt in dat fiscaal verliezen al mogen worden genomen hoewel zij nog niet daadwerkelijk zijn geleden.
Afspraak opgezegd
In 1993 had de Belastingdienst met diverse marketmakers een afspraak gemaakt ten aanzien van de fiscale waardering van hun activa/passiva. Daarbij was afgesproken dat ongerealiseerde verliezen in beginsel op de gebruikelijke wijze mochten worden genomen, maar dat verliezen op een (naar soort en looptijd afgebakende) positie niet mochten worden gepresenteerd als daartegenover een samenhangende, nog ongerealiseerde winst stond. Het Hof heeft in zijn uitspraak onder meer geoordeeld dat de Belastingdienst (zoals zij heeft gedaan) die afspraak in november 2000 met ingang van het eerstkomende boekjaar mocht opzeggen.
Waardering op beurswaarde
Het Hof overweegt verder, over de fiscale waardering ná 2000, dat bij een marketmaker, in een continu proces, een steeds (in aard en omvang) fluctuerende handelsvoorraad van financiële instrumenten ‘door’ het bedrijfsvermogen ‘stroomt’. Door een geavanceerd systeem van risicobeheersing slaagt de marketmaker er structureel in de risico’s vrijwel volledig ‘uit te doven’. Dan zijn die financiële instrumenten als uitwisselbaar te beschouwen en vormen zij een liquide massa. Bij financiële instrumenten ontwikkelen ongerealiseerde winsten zich, door de snelle en gemakkelijke verhandelbaarheid op een courante markt, tot realiseerbare winsten. Daarmee zijn zij in wezen gelijk te stellen met liquide middelen.
In dat geval brengt, aldus het Hof, goed koopmansgebruik mee dat de marketmaker zijn financiële instrumenten in zijn fiscale balans (in beginsel) eveneens dient op te nemen tegen de actuele of beurswaarde. Dat wordt anders als sommige risico’s niet (voldoende) worden ‘uitgedoofd’; dan kan een voorziening of correctiepost worden gevormd.

