De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 16 mei 2012 dat het beleid van het Uwv om de SpeechEasy alleen te verstrekken als therapie ondersteunend middel redelijk is, maar dat het Uwv in het voorliggende geval ten gunste van de aanvrager van dat beleid had moeten afwijken.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Naar het oordeel van de Raad had appellant echter gebruik moeten maken van zijn inherente afwijkingsbevoegdheid, nu, gelet op de bijzondere omstandigheden van dit geval, de gevolgen van het handelen overeenkomstig het beleid voor betrokkene onevenredig zijn in verhouding tot de met het beleid te dienen doelen.
Uitgangspunt van het beleid is dat op lange termijn onderzoek nodig is om na te gaan wat de effecten op de spraak zijn van antistotterapparatuur als de SpeechEasy. Dit onderzoek wordt niet door of in opdracht van appellant verricht. Het is niet bekend of en wanneer en door wie onderzoek naar de effecten op lange termijn plaats zal vinden. Evenmin is duidelijk wat onder de duur van de ‘lange termijn’ moet worden verstaan.
Dit betekent dat op grond van het beleid aanvragen als de onderhavige moeten leiden tot een afwijzing. Anderzijds heeft de bezwaarverzekeringsarts in zijn aan het bestreden besluit ten grondslag liggend rapport van 23 april 2009 vastgesteld dat het gebruik van de SpeechEasy bij betrokkene heeft geleid tot een aanmerkelijke vermindering van de structurele functionele beperkingen, die betrokkene in de communicatie op zijn werk ondervindt als gevolg van het stotteren.
Tussen partijen is verder niet in geschil, zoals ook de door betrokkene overgelegde gegevens van zijn werkgever bevestigen, dat het gebruik van de SpeechEasy in zijn geval heeft geleid tot herstel van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Wet WIA en in die zin past in de re-integratiedoelstelling van dit artikel. Van dit nuttig effect was nog sprake ten tijde van het bestreden besluit, ruim twee jaar na de aanschaf.
Nu enerzijds het beleid geen uitsluitsel geeft wat onder de duur van de ‘lange termijn’ moet worden verstaan en anderzijds in het geval van betrokkene het nut en effect van het gebruik van de SpeechEasy tenminste voor ruime twee jaar voldoende duidelijk is geworden, moet de SpeechEasy onder deze omstandigheden voor betrokkene worden beschouwd als een adequate en specifieke werkvoorziening als bedoeld in artikel 35, van de Wet WIA. Ten onrechte heeft appellant deze omstandigheden niet meegenomen in het kader van de heroverweging van het bezwaar.

