De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 13 januari 2016 dat het heffen van een eigen bijdrage voor zorg op grond van de AWBZ berust op een evenwichtige afweging van de daarmee gediende gemeenschapsbelangen en het ingeroepen fundamentele recht.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Het heffen van een eigen bijdrage voor zorg op grond van de AWBZ, waarvan de hoogte mede afhankelijk is van 8% van het vermogen van de verzekerde die deze zorg ontvangt, berust op een evenwichtige afweging van de daarmee gediende gemeenschapsbelangen – het betaalbaar houden van de AWBZ door van die verzekerden een eigen bijdrage te verlangen die in overeenstemming is met hun financiële situatie – en het ingeroepen fundamentele recht. De vaststelling van de eigen bijdrage op grond van de AWBZ en het Bbz is proportioneel en niet gezegd kan worden dat deze in dit geval tot een “individual and excessive burden” leidt. Van schending van artikel 1 van het EP is derhalve geen sprake. Aan het invoeren van de verplichte bijdrage zoals hier in geding ligt mede ten grondslag de legitieme wensen om te komen tot een evenwichtige spreiding van de kosten naar draagkracht en het begrotingstekort binnen de daarvoor geldende normen te houden.
ECLI:NL:CRVB:2016:83

