Edwin S. (eiser) is in 1994 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Hij verblijft sinds 1992, nu ruim 23,5 jaar, in detentie. De Staat weigert tot op heden hem deel te laten nemen aan activiteiten die gericht zijn op zijn mogelijke terugkeer in de samenleving. Eiser is daarom een procedure gestart bij de voorzieningenrechter.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Resocialisatie na 25 jaar detentie
Volgens de voorzieningenrechter moet na een periode van uiterlijk 25 jaar worden beoordeeld hoever de resocialisatie van een levenslang gestrafte is gevorderd. Voor die beoordeling is relevante informatie nodig. Deze informatie betreft de persoon van de veroordeelde en de mogelijkheden van resocialisatie die hem zijn geboden. Op basis van deze gegevens moet worden bezien of het voortduren van zijn levenslange gevangenisstraf gerechtvaardigd is. De voorzieningenrechter acht resocialisatieactiviteiten dus onmisbaar om tot de vereiste herbeoordeling te komen. Hij volgt hiermee de lijn van Europese rechtspraak en een recent arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2016:1325). In dat arrest heeft de Hoge Raad concrete voorwaarden uitgewerkt met betrekking tot de resocialisatie van levenslang gestraften.
Opstellen van resocialisatieplan
Omdat eiser al zeer lang is gedetineerd, zal hij ten minste achttien maanden nodig hebben om vorderingen te kunnen maken in zijn resocialisatie. Hij moet daar nu dus al mee kunnen beginnen. Welke activiteiten aan hem moeten worden aangeboden hangt af van de inhoud van het resocialisatieplan. In dat plan wordt door deskundigen aangegeven welke resocialisatieactiviteiten noodzakelijk zijn om hem voor te bereiden op een mogelijke terugkeer in de samenleving. De Staat moet binnen tien dagen beginnen met het opstellen van dit plan.
Verlof
Eiser is niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot het verlenen van verlof. Hiervoor dient hij zich te wenden tot de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ).


