Rechtbank Haarlem heeft uitspraak gedaan over de toerekening van de rente van rekening-courantvorderingen van een echtpaar op een bv aan de onderscheidenlijke echtgenoten. Het echtpaar was gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Beide echtgenoten hadden een rekening-courantvordering op de bv van de vrouw die enig aandeelhoudster was.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De rechtbank stelde vast dat de rekening-courantvorderingen van de echtgenoten onder de terbeschikkingstellingsregeling vielen. De hieruit voortvloeiende inkomsten vormen ‘belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden’ en zijn volgens de wetsystematiek geen gemeenschappelijke inkomensbestanddelen die fiscale partners elkaar in elke gewenste verhouding vrijelijk kunnen toerekenen. Deze inkomsten worden in aanmerking genomen bij degene door wie dit resultaat is genoten of op wie dit resultaat drukt.
In het onderhavige geval behoorde tot het belastbare inkomen van de man alleen de rente die hij op zijn vordering had genoten en niet 50% van de totale rente op de rekening-courantvorderingen van beide echtgenoten.
Fiscale partners -echtgenoten en ongehuwd samenwonenden die aan bepaalde fiscale criteria voldoen- kunnen elk jaar opnieuw hun ‘gemeenschappelijke inkomensbestanddelen’ en bestanddelen van de rendementsgrondslag (box 3) in beginsel in iedere gewenste verhouding onderling toerekenen.
Tot de gemeenschappelijke inkomensbestanddelen behoren:
- belastbare inkomsten uit eigen woning;
- het inkomen uit aanmerkelijk belang vóór vermindering met de persoonsgebonden aftrek;
- de persoonsgebonden aftrek (o.a. alimentatie, uitgaven voor levensonderhoud, ziektekosten, scholingsuitgaven en aftrekbare giften).
Rechtbank Haarlem heeft onlangs uitspraak gedaan over de toerekening van de rente van rekening-courantvorderingen van echtpaar op bv aan de onderscheidenlijke echtgenoten. De zaak was als volgt.
Het echtpaar was gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Beide echtgenoten hadden een rekening-courantvordering op de bv van de vrouw die enig aandeelhoudster was. De man had in zijn aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2003 de helft van de rente op hun beider rekening-courantvorderingen opgenomen. Bij de aanslagregeling volgde de inspecteur de aangifte op dit punt. Later maakte de man bezwaar tegen de aanslag en stelde zich op het standpunt dat hij alleen belast moest worden voor de door hem genoten rente. Dat rentebedrag was lager dan 50% van het totale rentebedrag. De inspecteur wees het bezwaar af.
De rechtbank stelde vast dat de rekening-courantvorderingen van de echtgenoten onder de terbeschikkingstellingsregeling vielen. De hieruit voortvloeiende inkomsten vormen ‘belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden’ en zijn volgens de wetsystematiek geen gemeenschappelijke inkomensbestanddelen die fiscale partners elkaar in elke gewenste verhouding vrijelijk kunnen toerekenen. Deze inkomsten worden in aanmerking genomen bij degene door wie dit resultaat is genoten of op wie dit resultaat drukt. Degene die in fiscaal opzicht inkomsten geniet, is naar vaste rechtspraak degene aan wie het voordeel rechtstreeks toevloeit. Doorgaans zal dat degene zijn het bestuur heeft over de goederen die deze inkomsten opleveren dan wel degene die zulke goederen gebruikt binnen zijn onderneming of voor zijn resultaat uit overige werkzaamheden.
De rechtbank stelde vast dat het bestuur over de rekening-courantvordering van de man uitsluitend bij hem berustte en het bestuur van de vordering van de echtgenote bij haarzelf. Dit leidde ertoe dat de man alleen belast kon worden voor de rente die hij op zijn vordering had genoten en niet voor 50% van de totale rente op de rekening-courantvorderingen van beide echtenoten. Het huwelijksgoederenregime achtte de rechtbank in het onderhavige geval niet van belang voor de toerekening van de rente-inkomsten.

