De Hoge Raad heeft onlangs een gunstig arrest gewezen dat van belang kan zijn voor (voormalige) ondernemers. Dat is het geval als zij in de jaren tot en met 2004 hun onderneming geruisloos hebben overgedragen aan een voortzettende ondernemer en daarbij niet alle bedrijfsmiddelen hebben overgedragen maar deels aan de voortzetter ter beschikking hebben gesteld. In dat geval mag de fiscale faciliteit van de geruisloze doorschuiving toch worden toegepast. De tekst van de wet en ook doel en strekking van de wet verzetten zich daar niet tegen. Rechtbank Haarlem had echter in andere zin beslist, maar die uitspraak heeft de Hoge Raad in sprongcassatie vernietigd.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De Wet inkomstenbelasting bevat een fiscale faciliteit die de bedrijfsopvolging onder voorwaarden zonder belastingheffing mogelijk maakt: de geruisloze doorschuiving naar ondernemers. Het is daarbij toegestaan dat niet alle bedrijfsmiddelen van de doorgeschoven onderneming naar de voortzettende ondernemer overgaan. Wel is vereist dat een onderneming of een zelfstandig deel van een onderneming wordt overgedragen. De doorschuiffaciliteit kan ook worden toegepast bij de overdracht aan een werknemer, mits deze gedurende drie jaren voorafgaande aan de overdracht in die onderneming werkzaam is geweest. Deze driejaars-eis geldt overigens ook voor voortzettende ondernemers: zij moeten gedurende drie jaren voorafgaande aan de overdracht als ondernemer winst hebben genoten in een samenwerkingsverband, waarvan de overdragende ondernemer ook deel uitmaakte.
Tot 1 januari 2005 was het ook mogelijk dat niet alle vermogensbestanddelen werden doorgeschoven, maar gold daarbij wel de eis dat de achterblijvende vermogensbestanddelen tezamen nog een onderneming vormden. Vanaf 1 januari 2005 is deze eis vervallen. Een overdragende ondernemer kan sindsdien een bedrijfspand buiten de overdracht houden zonder dat dit een belemmering vormt voor de toepassing van de doorschuiffaciliteit. Dit houdt echter geen vrijbrief in om naar eigen goeddunken allerlei vermogensbestanddelen buiten de overdracht te houden. Een voortzetting ‘à la carte’ waarbij de overdrager per vermogensbestanddeel zou kunnen kiezen of hij doorschuift dan wel afrekent over eventueel aanwezige stille reserves, is niet mogelijk.
De Hoge Raad heeft onlangs een gunstig arrest gewezen dat van belang kan zijn voor (voormalige) ondernemers. Dat is het geval als zij in de jaren tot en met 2004 hun onderneming fiscaal geruisloos hebben overgedragen aan een voortzettende ondernemer of werknemer en daarbij niet alle bedrijfsmiddelen hebben overgedragen maar deels aan de voortzetter ter beschikking hebben gesteld.
In de onderhavige procedure bracht de overdragende ondernemer een bedrijfspand over naar zijn privévermogen en verhuurde dat aan de voortzettende ondernemer (een voormalige werknemer). Rechtbank Haarlem was van oordeel dat de geruisloze doorschuiving niet kon worden toepast. De Hoge Raad heeft nu in andere zin beslist. De tekst van de wet en ook doel en strekking van de wet verzetten zich niet tegen geruisloze doorschuiving indien een tot het vermogen van die onderneming behorend pand niet aan de voortzetter wordt overgedragen, maar aan de voortzetter ter beschikking wordt gesteld voor de uitoefening van de overgedragen onderneming. Daarvan was in de onderhavige procedure sprake, waardoor de overdragende en voortzettende ondernemer de geruisloze doorschuiffaciliteit mochten toepassen.

