Het afgelopen jaar is het aantal fusies en overnames aanzienlijk verminderd als gevolg van de crisis. Echter bij ondernemingen die in zwaar weer verkeren, worden met regelmaat bedrijfsonderdelen, veelal in zekere mate ‘gedwongen’, verkocht. Ook dan moeten de normale regels op het gebied van arbeids- en medezeggenschapsrecht in acht worden genomen. Als de ondernemer een gedeelte van zijn bedrijf wil verkopen aan een derde zal hij de ondernemingsraad advies moeten vragen.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Op grond van de Wet op de Ondernemingsraden stelt de ondernemer de ondernemingsraad in de gelegenheid advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit tot de overdracht van de zeggenschap over de onderneming of een onderdeel daarvan. De ondernemer zal de adviesaanvraag moeten doen op het moment dat het advies van de ondernemingsraad van wezenlijke invloed kan zijn op het uiteindelijke besluit van de ondernemer. Dit betekent dat op het moment dat de intenties van koper en verkoper zijn vastgelegd, de ondernemingsraad om advies zal moeten worden gevraagd.
Eisen adviesaanvraag
De adviesaanvraag moet ook aan een aantal eisen voldoen: zo moet de aanvraag schriftelijk worden gedaan en moeten de redenen, gevolgen voor het personeel en maatregelen naar aanleiding van die gevolgen hierin worden toegelicht.
Is de ondernemingsraad van mening dat zij zonder de gewenste informatie niet kan adviseren omtrent de voorgenomen verkoop, dan kan zij besluiten geen of een negatief advies uit te brengen. Ook kan de ondernemingsraad besluiten om een kort geding procedure te starten tegen de ondernemer.
Negatief advies
Geeft de ondernemingsraad een negatief advies uit, dan zal de ondernemer een maand moeten wachten voordat hij zijn beslissing kan uitvoeren. Deze termijn start vanaf de dag waarop de ondernemer zijn uiteindelijke besluit schriftelijk heeft meegedeeld aan de ondernemingsraad. In deze maand kan de ondernemingsraad naar de Ondernemingskamer van het Gerechtshof in Amsterdam gaan om daar beroep in te stellen tegen het besluit van de ondernemer.
Toetsing door Gerechtshof
Het Gerechtshof zal vervolgens beoordelen of het besluit van de ondernemer als onredelijk moet worden beschouwd. Hierbij wordt aan twee zaken getoetst: een formele toets en een inhoudelijke toets. De formele toets ziet op het op juiste wijze naleven van de procedurevoorschriften. Ten aanzien van de inhoud van het besluit is de toetsing door de Ondernemingskamer marginaal omdat de rechter niet op de stoel van de ondernemer behoort te zitten. Hierdoor leidt de formele toets in de praktijk vaker tot toewijzing van het beroep dan de inhoudelijke toets.
Kort geding procedure bij kantonrechter
Indien de ondernemingsraad vermoedt dat het besluit van ondernemer wel eens tot onomkeerbare situaties kan leiden, kan zij in kort geding aan de kantonrechter vragen een uitspraak te doen. Formeel dient de ondernemingsraad eerst aan de zogeheten ‘bedrijfscommissies’, commissies ingesteld door de SER, om bemiddeling en advies te vragen. Echter in spoedeisende gevallen kan deze tussenstap worden overgeslagen.
Mogelijkheden ondernemer
Een ondernemer die zich geconfronteerd ziet met genoemde impasse kan indien de ondernemingsraad geen of een negatief advies geeft, zijn besluit nemen met inachtneming van de maand wachttijd. Een ondernemer kan een advies door de ondernemingsraad moeilijk afdwingen. Wel kan een appèl worden gedaan op de moeilijke situatie van de onderneming en de mogelijke gevolgen van een juridische procedure waarbij de verkoop wordt verboden of teruggedraaid. Immers, de kans dat een faillissement dan alsnog moet worden gevraagd kan een reëel risico zijn. Ondernemingsraden maar ook rechters zijn daar zeker gevoelig voor.
mr. Wouter Engelsman, Holland Van Gijzen

