De wet bepaalt dat een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is indien de gebruiker van die voorwaarden aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van die algemene voorwaarden kennis te nemen. Die mogelijkheid om kennis te nemen is door de gebruiker van de voorwaarden geboden als hij de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand heeft gesteld.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Alleen als dat redelijkerwijs niet mogelijk is, is de bedoelde mogelijkheid (bij wijze van uitzondering) geboden indien de gebruiker voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij heeft bekend gemaakt dat de algemene voorwaarden bij hem ter inzage liggen of bij een door hem opgegeven Kamer van Koophandel of bij een griffie van een gerecht zijn gedeponeerd, alsmede dat zij op verzoek zullen worden toegezonden.
Terhandstelling mogelijk?
Indien een overeenkomst mondeling wordt gesloten zal het doorgaans zo zijn dat de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst niet aan de wederpartij ter hand zijn gesteld. Het gebeurt immers niet vaak dat de gebruiker van de algemene voorwaarden een schriftelijke versie daarvan bij zich heeft op het moment dat hij mondeling een overeenkomst sluit. De vraag is dan of moet worden geoordeeld dat terhandstelling van die algemene voorwaarden bij een mondelinge overeenkomst redelijkerwijs ook niet mogelijk is, zodat een beroep gedaan kan worden op voormelde uitzondering en feitelijke terhandstelling achterwege kan blijven. Als die vraag bevestigend moet worden beantwoord, is voldoende dat de gebruiker bekend heeft gemaakt dat de voorwaarden van toepassing zijn en dat ze ter inzage liggen en op verzoek zullen worden toegezonden.
Terhandstelling bij mondeling gesloten overeenkomsten
De rechter van de Rechtbank Rotterdam heeft op 8 juli 2009 (NJF 2010, 21) geoordeeld dat terhandstelling in redelijkheid niet mogelijk is als de overeenkomst mondeling tot stand komt. Het maakte daarbij niet uit dat het niet echt onmogelijk was om de voorwaarden ter hand te stellen. Voorstelbaar is natuurlijk dat iemand, die op het moment van het mondeling sluiten van de overeenkomst de voorwaarden niet bij zich heeft, die voorwaarden eerst gaat halen alvorens de overeenkomst daadwerkelijk te sluiten. Echter, de wet bepaalt niet dat sprake moet zijn van volstrekte onmogelijkheid. Er staat alleen maar dat het ter hand stellen redelijkerwijs niet mogelijk is. Daarvan heeft de Rotterdamse rechter gezegd dat dit redelijkerwijs niet mogelijk is bij het mondeling sluiten van een overeenkomst. Gelet op de gebruikelijke gang van zaken bij normale zakelijke transacties, waartoe het wachten met het sluiten van een overeenkomst totdat de gebruiker de algemene voorwaarden is gaan halen, niet behoort, is de rechtbank van oordeel dat het redelijkerwijs niet mogelijk was om de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst ter hand te stellen.
Of deze overwegingen van de Rechtbank Rotterdam in een eventueel hoger beroep stand houden, valt naar ons oordeel nog te bezien. Doorgaans wordt ervan uitgegaan dat de hier bedoelde uitzondering op de feitelijke terhandstelling van de voorwaarden bij de totstandkoming van de overeenkomst, bedoeld is voor situaties waarin bijvoorbeeld van een zodanig groot volumetransactie sprake is of van een zo grote frequentie, dat het handhaven van de hoofdregel voor feitelijke terhandstelling praktisch niet uitvoerbaar is. Gedacht wordt dan aan bijvoorbeeld het sluiten van grote aantallen vervoersovereenkomsten zoals de NS dat doet. Toepassing van de door de Rechtbank Rotterdam geformuleerde regel holt de beschermingsgedachte die ten grondslag ligt aan de bepalingen omtrent algemene voorwaarden in ons burgerlijk wetboek in belangrijke mate uit. Desalniettemin: de uitspraak ligt er en op basis daarvan kan, zij het dus met enige voorzichtigheid, de volgende conclusie worden geformuleerd.
Conclusie
Bij een mondeling tot stand gekomen overeenkomst geldt dat algemene voorwaarden van toepassing kunnen zijn en dat de betreffende bepalingen niet vernietigbaar zijn, ook al zijn ze niet voor of bij het sluiten van de overeenkomst ter hand gesteld. In dat geval is het wel belangrijk dat bij de totstandkoming van de overeenkomst wordt verwezen naar de toepasselijkheid van de voorwaarden en dat deze ter inzage liggen bij de gebruiker of bij een door hem opgegeven Kamer van Koophandel of bij een griffie van een gerecht zijn gedeponeerd. Daarbij moet dan verder altijd worden vermeld dat de algemene voorwaarden op verzoek zullen worden toegezonden. Uiteraard zal, wanneer de wederpartij ontkent dat hem al deze mededelingen tijdig zijn gedaan, de gebruiker van de voorwaarden belast worden met het bewijs dat hij wél aan deze formaliteiten heeft voldaan. Dat kan onder omstandigheden uitermate lastig zijn en wat dat betreft moeten wij ons ook afvragen of de hier besproken situatie zich uiteindelijk in de praktijk vaak zal voordoen, maar voor wie in de positie verkeert vooralsnog slechts mondeling een overeenkomst te kunnen sluiten, kan de door de Rechtbank Rotterdam geformuleerde regel een uitkomst zijn.
mr. dr. Marcel Ruygvoorn, Van Benthem & Keulen N.V.

