Op grond van de Wet Limitering Alimentatie bestaat er in geval van een huwelijk waaruit kinderen zijn geboren en/of een huwelijk dat langer dan vijf jaar heeft geduurd, twaalf jaar recht op partneralimentatie. De termijn van twaalf jaar is bedoeld om degene die niet in eigen levensonderhoud kan voorzien de gelegenheid te geven om weer financieel zelfstandig te worden.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Uitgangspunt bij de keuze voor twaalf jaar is de theoretische mogelijkheid dat een (jongste) kind aan het einde van het huwelijk wordt geboren. Meestal ontvangt degene die de kinderen verzorgt partneralimentatie. De alimentatiegerechtigde wordt geacht weer volledig in eigen levensonderhoud te kunnen voorzien als het (jongste) kind 12 jaar is. Om één lijn te trekken geldt de twaalfjaarstermijn ook voor kinderloze huwelijken die langer dan vijf jaar hebben geduurd.
De termijn van twaalf jaar begint te lopen op de datum van de echtscheiding (inschrijving van de echtscheidingsuitspraak in de registers van de burgerlijke stand). Alleen als beëindiging van de partneralimentatie na die twaalf jaar op grond van zwaarwegende bijzondere omstandigheden onevenredig ingrijpend is voor de alimentatieontvanger kan er verlenging worden gevraagd. Er moet heel wat aan de hand zijn voordat een verzoek tot verlenging wordt toegewezen. Uit de rechtspraak volgt dat dit onder andere het geval kan zijn wanneer er sprake is van ernstige gezondheidsproblemen op grond waarvan het de alimentatiegerechtigde buitens diens schuld niet gelukt is om binnen twaalf jaar in eigen levensonderhoud te voorzien.
Uit de wet volgt dat een verzoek tot verlenging moet worden gedaan binnen drie maanden “sinds de beëindiging” (art. 1:157 lid 5 BW). Aanvankelijk werd er vanuit gegaan dat verlenging uiterlijk binnen twaalf jaar en drie maanden na de officiële echtscheiding moest worden verzocht. Sommige alimentatieplichtigen hielden zich daarom in de drie maanden na de twaalf jaar stil en betaalden gewoon door om vervolgens na drie maanden alsnog te stoppen met betalen zodat de onoplettende ontvanger niet op tijd aan de bel zou trekken. De Hoge Raad heeft op 21 mei 2010 (LJN: BL9543) echter bepaald dat indien na het verstrijken van twaalf jaar nog wel betalingen hebben plaatsgevonden, aangenomen kan worden dat die betalingen werden gedaan in het kader van een “stilzwijgende overeenkomst tot het laten voortduren van de alimentatieplicht”, tenzij de alimentatieplichtige bij de betaling zou hebben aangegeven dat er een andere reden is voor betaling. Volgens de Hoge Raad is er dus pas sprake van “beëindiging” van de alimentatieplicht als de alimentatieplichtige na twaalf jaar stopt met het doen van betalingen in het kader van de alimentatieplicht. De alimentatieontvanger kan binnen drie maanden na ontvangst van de laatste alimentatiebetaling een verzoek tot verlenging van de alimentatietermijn doen. Doorbetalen van alimentatie na twaalf jaar om een verlengingsverzoek te voorkomen heeft dus geen effect.
mr. Elseline van Lierop-Snuif, Van Benthem & Keulen N.V.

