Rechtbank Haarlem heeft onlangs uitspraak gedaan in een procedure over de verwerking van de MKB-winstvrijstelling in de ‘voorkomingsbreuk’ waarmee de hoogte van een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor buitenlandse inkomsten wordt berekend. De rechtbank heeft daarbij beslist dat de MKB-winstvrijstelling niet alleen in mindering komt op de noemer van de voorkomingsbreuk, maar ook in mindering op de teller van die breuk. Dit laatste heeft een lagere voorkoming tot gevolg.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De procedure betrof een in Nederland woonachtige advocaat die partner was van een advocatenmaatschap. De maatschap had een vaste inrichting in Engeland. De advocaat meende dat de MKB-winstvrijstelling alleen in mindering hoefde te komen op de noemer van de voorkomingsbreuk en beriep zich op een ministerieel besluit voor de ondernemersaftrek uit 2005. De rechtbank stelde aan de hand van wetgeving vast dat de MKB-winstvrijstelling ook in mindering behoorde te komen op de teller van de voorkomingsbreuk. Naar het oordeel van rechtbank geldt de goedkeuring uit het bedoelde besluit niet voor de MKB-winstvrijstelling.
Voor ondernemers-natuurlijke personen bestaat sinds 1 januari 2007 een specifieke vrijstelling van de winst: de MKB-winstvrijstelling. De vrijstelling is een bedrag dat in mindering komt op het gezamenlijke bedrag van de winst uit een of meer ondernemingen nadat dit bedrag is verminderd met de ondernemersaftrek (waarvan onder meer de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk deel uitmaken). De omvang van de MKB-winstvrijstelling is met ingang van 1 januari 2010 12% van eerdergenoemde winst. In 2007 en 2008 bedroeg het vrijstellingspercentage 10% en in 2009: 10,5%.
Rechtbank Haarlem heeft onlangs uitspraak gedaan in een procedure over de verwerking van de MKB-winstvrijstelling in de ‘voorkomingsbreuk’ waarmee de hoogte van een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor buitenlandse inkomsten wordt berekend. De vermindering van de voorkomingsbreuk wordt berekend volgens de formule T/N x box 1-heffing over het wereldinkomen, waarbij
-N (noemer) = belastbaar inkomen uit werk en woning (wereldinkomen), en
-T (teller) = buitenlands inkomen uit werk en woning.
De procedure betrof een in Nederland woonachtige advocaat die partner was van een advocatenmaatschap. De maatschap had een vaste inrichting in Engeland. In zijn aangifte inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen voor 2007 had de advocaat zich op het standpunt gesteld dat de MKB-winstvrijstelling uitsluitend op de noemer van de voorkomingsbreuk in mindering moest worden gebracht. De inspecteur meende echter dat de MKB-winstvrijstelling zowel op de teller als de noemer in mindering komt. Dat had zijn weerslag in twee beschikkingen die de inspecteur voor 2007 had afgegeven. Het betroffen de beschikkingen ‘doorschuifregeling’ en ‘inhaalregeling’ die in voorkomende gevallen van toepassing zijn als de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting niet of onvoldoende kan worden geëffectueerd. De advocaat maakte bezwaar tegen deze twee beschikkingen.
Hij stelde dat de MKB-winstvrijstelling alleen in mindering hoefde te komen op de noemer van de voorkomingsbreuk en beriep zich op een ministerieel besluit uit 2005 met een voorlopig, begunstigend beleid over de verwerking van de ondernemersaftrek in de voorkomingsbreuk. De advocaat meende dat de goedkeuring in dat besluit ook voor de MKB-winstvrijstelling gold, omdat de MKB-winstvrijstelling wetssystematisch dezelfde plaats innam als de ondernemersaftrek. De zaak kwam voor rechtbank Haarlem.
De rechtbank oordeelde aan de hand van diverse wettelijke bepalingen dat de MKB-winstvrijstelling ook in mindering moet komen in de teller van de voorkomingsbreuk. De rechtbank wees het beroep op het goedkeurende besluit uit 2005 af. Ook als ervan wordt uitgegaan dat de MKB-winstvrijstelling wetssystematisch dezelfde plaats zou innemen als de ondernemersaftrek, dan mist het besluit naar het oordeel van de rechtbank toepassing. Het goedkeuringsbesluit ziet naar zijn letterlijke bewoordingen namelijk op toepassing van de ondernemersaftrek en niet op de MKB-winstvrijstelling. Voor een extensieve uitleg van het besluit zag de rechtbank geen ruimte omdat dat in strijd zou zijn met de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. De rechtbank stelde daarom de inspecteur in het gelijk.

