De kantonrechter Maastricht bepaalde onlangs dat de arbeidsovereenkomst niet ontbonden kon worden wegens een verstoorde vertrouwensrelatie. De situatie was als volgt.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Werknemer is sinds negen jaar in dienst van werkgever als productiemedewerker. Werknemer wordt op 14 oktober 2010 op staande voet ontslagen omdat hij een schaar met een lederen houder van werkgever zou hebben verkocht aan een andere collega voor een bedrag van EUR 10,=. Naast voornoemd voorval worden nog een viertal andere incidenten aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd. De werknemer kan zich niet in het ontslag op staande voet vinden en roept de vernietigbaarheid van het gegeven ontslag op staande voet in.
Voor het geval in rechte zou komen vast te staan dat het gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven en de arbeidsovereenkomst nog zou voortduren, verzoekt werkgever de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden wegens verandering van omstandigheden. De vijf incidenten worden als reden voor de ontbinding gegeven. Werknemer betwist in de procedure dat hij de schaar en de lederen houder aan een andere werknemer zou hebben verkocht. Tevens stelt werknemer zich op het standpunt dat de andere vier incidenten ook geen reden zijn om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De werkrelatie tussen hem en zijn chef zou wellicht gespannen zijn, maar er is geen verstoorde relatie met zijn werkgever. Werknemer wil zijn dienstverband bij werkgever voortzetten.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor een eerlijke beoordeling van de ernst van het “schaarincident” is een vaststelling van de juiste toedracht nodig. Nu de werknemer ontkent de goederen te hebben verkocht, is een getuigenverhoor van alle betrokkenen noodzakelijk. Dit is temeer zo omdat de werknemer waaraan de goederen zouden zijn verkocht tot dusver niet door de werkgever is gehoord. Een ontbindingsprocedure leent zich naar zijn aard niet voor een getuigenverhoor. Gelet hierop kan de kantonrechter slechts in beperkte mate rekening houden met het “schaarincident” als reden voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Over de andere incidenten oordeelt de kantonrechter dat de ernst van deze incidenten moeilijk zijn in te schatten zonder nader onderzoek. Vaststaat in ieder geval dat de incidenten geen aanleiding voor werkgever hebben gegeven tot verdergaande maatregelen dan het geven van een stevige waarschuwing.
Dit alles in acht nemende oordeelt de kantonrechter dat de door werkgever aangedragen incidenten geen ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigen op grond van een verstoorde vertrouwensrelatie. De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek af.
mr. Noortje Bouwmeester, Van Diepen Van der Kroef Advocaten

