Werkgevers zijn doorgaans gebaat bij flexibele arbeidtijden. Een veelgebruikte wijze om de benodigde flexibiliteit te bewerkstelligen is om een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht (in de praktijk: een nul-urencontract) te gebruiken. Het gebruik van een dergelijke overeenkomst is niet zonder risico’s, zo ondervond een taxibedrijf zeer recentelijk bij het Hof Leeuwarden.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht
Een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht is een gewone arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer en de werkgever afspreken dat de werknemer enkel werkzaamheden verricht, indien de werknemer door de werkgever wordt opgeroepen. Indien de werknemer niet wordt opgeroepen, wordt de werknemer niet betaald. De werknemer is op zijn beurt gehouden aan oproepen van de werkgever gehoor te geven.
Minimaal drie uur loon
Omdat misbruik door de werkgever bij een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht op de loer ligt, heeft de wetgever een aantal beschermingsmaatregelen genomen. Een belangrijke beschermingsbepaling houdt in dat indien een arbeidsomvang van minder dan 15 uren per week is overeenkomen en de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht niet zijn vastgelegd, de werknemer voor iedere periode van minder dan drie uur waarin hij arbeid heeft verricht, recht heeft op drie uur loon.
Hof Leeuwarden
Een taxibedrijf uit het noorden van het land kreeg als gevolg van deze wettelijke bepaling bij het Hof Leeuwarden de deksel op haar neus. Het taxibedrijf had een taxichauffeuse in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht. In de praktijk betekende dit dat de taxichauffeuse ’s ochtends werd opgeroepen om een schoolrit te verrichten en zij in de middag stand-by moest staan voor het geval nog losse ritten moesten worden gereden. De taxichauffeuse vond dat deze ritten iedere keer als een nieuwe oproep moesten worden beschouwd en claimde op grond van voornoemde wettelijke bepaling per oproep drie uren salaris. De werkgever vond dit te gortig en weigerde uitbetaling.
Het Hof Leeuwarden volgde niettemin grotendeels de stelling van de taxichauffeuse. Uitgangspunt was dat ook ritten die korter duurden dan drie uren, toch voor drie uren moesten worden uitbetaald. Niet alle ritten werden echter door het hof als een nieuwe rit gezien. Een strikte uitleg van de regel zou immers ertoe leiden dat de taxichauffeuse voor sommige uren dubbel betaald kreeg. Dat ging het hof te ver. Het hof kwam daarom met een compromis door bij kort op elkaar volgende ritten slechts eenmaal de drie uren toe te wijzen.
De kwestie van de taxichauffeuse illustreert een risico van het gebruik van een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht. Zonder dat de werkgever het realiseerde, ontstond een loonaanspraak die bijna drie keer zo hoog was, dan de werkelijk gewerkte uren. Niettemin is het ‘nul-urencontract’ erg populair voor de inzet van vakantiekrachten en jongeren. Niet uit te sluiten is dat wanneer deze groepen werknemers eens kritisch naar hun gewerkte uren kijken, er een voor de werkgever onplezierige verrassing uit de bus kan komen.

