Vanaf 1 januari 2012 is er veel veranderd in de Wet werk en bijstand (WWB) nu de Eerste Kamer op 20 december 2011 heeft ingestemd met de aanscherping van de WWB en de afschaffing van de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK), de aparte inkomensregeling voor kunstenaars. Ook de Wet Investeren in Jongeren (WIJ) is samengevoegd met de WWB en als aparte regeling afgeschaft.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De aanscherping van de WWB is bedoeld als prikkel opdat zoveel mogelijk mensen door het hebben van werk in hun eigen onderhoud kunnen voorzien. De belangrijkste wijzigingen zijn:
– afschaffing WIJ;
– aanscherping gezinsbijstand en huishoudinkomen;
– aanscherping verplichting alleenstaande ouder;
– verblijfsduur in het buitenland;
– aanpassing minimabeleid.
In dit artikel worden bovenstaande wijzigingen kort toegelicht. De afschaffing van de WWIK wordt hierbij buiten beschouwing gelaten.
Afschaffing WIJ
De WIJ is afgeschaft per 1 januari 2012. De regeling is opgegaan in de WWB. Personen die op 31 december 2011 een WIJ-uitkering ontvingen, ontvangen vanaf 1 januari 2012 automatisch een WWB-uitkering. De aangescherpte WWB-bepalingen en het overgangsrecht zijn van toepassing.
Aanscherping gezinsbijstand en huishoudinkomen
Er is een huishoudinkomenstoets ingevoerd hetgeen tot gevolg heeft dat het begrip ‘gezin’ in de WWB verandert. Ouders en meerderjarige kinderen die op hetzelfde adres wonen, worden voortaan beschouwd als één gezin. Meerderjarige kinderen worden dus niet langer beschouwd als medewoners. Dit betekent dat het hele gezin, ongeacht het aantal leden, gezamenlijk bijstand moet aanvragen. Ook alleenstaande(n) (ouders) met inwonende meerderjarige kinderen vallen voortaan onder het begrip ‘gezin’.
Tot en met 2011 konden volwassen inwonende kinderen of inwonende ouder(s) zelfstandig recht op bijstand hebben. Dit is per 1 januari 2012 veranderd: (alleenstaande) ouders en volwassen kinderen die op één adres wonen, krijgen dus één gezamenlijke bijstandsuitkering.
Een gezin kan gevormd worden met:
· een partner;
· een kind(eren), minderjarig of meerderjarig;
· de meerderjarige partner(s) van meerderjarige kind(eren);
· de vader en/of moeder.
Het inkomen van alle gezinsleden wordt meegeteld om de hoogte van deze bijstandsuitkering te bepalen. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan het loon van een volwassen kind dat werkt of de AOW-uitkering van een inwonende ouder.
Sommige familieleden worden in 2012 niet als gezinslid meegerekend. Hun inkomsten tellen dan ook niet mee voor de gezinsuitkering. Het gaat om:
· een gezinslid dat zorgbehoevend is;
· een thuiswonend kind van 18 jaar of ouder dat onderwijs volgt dat door de overheid is gefinancierd, of studiefinanciering (WSF) of een tegemoetkoming scholieren (WTOS) krijgt of kan krijgen. En dat in totaal minder dan € 1.059,49 per maand aan inkomsten heeft;
· een thuiswonend voormalig pleegkind van 18 jaar of ouder;
· huisgenoten die een kamer of etage huren of waarmee in een studentenhuis gewoond wordt.
Aanscherping verplichting alleenstaande ouders
Alleenstaande ouders met kinderen onder de vijf jaar, kunnen nog steeds tijdelijk vrijgesteld worden van de sollicitatieplicht voor maximaal vijf jaar in plaats van voor zes. Daarnaast is ook de re-integratieverplichting weer ingevoerd. Dit houdt in dat alleenstaande ouders met een ontheffing voor arbeidsverplichtingen vrijgesteld blijven van werk maar wel een re-integratieverplichting hebben. Dat re-integreren kan inhouden dat ze wel een opleiding moeten gaan volgen om straks de stap naar werk gemakkelijker te maken.
Verblijfsduur in het buitenland
Met ingang van 1 januari 2012 is de maximale verblijfsduur in het buitenland voor iedereen tussen de 18 en 65 jaar 4 weken per jaar. Niet van belang is of een bijstandsgerechtigde moet solliciteren of dit van de gemeente tijdelijk niet hoeft, iedereen tot 65 jaar heeft recht op 4 weken verblijf in het buitenland. De uitzondering op grond waarvan mensen tussen de 18 en de 65 jaar, die zijn vrijgesteld van de arbeidsplicht , 13 weken in het buitenland mochten verblijven is vervallen teneinde de noodzakelijke band met de arbeidsmarkt te behouden.
Voor bijstandsgerechtigden van 65 jaar en ouder bedraagt de maximale verblijfsduur in het buitenland voortaan 13 weken per jaar in plaats van 26 weken. Het doorgeven van een verblijf (en de verblijfsduur) in het buitenland blijft een verplichting.
Aanpassing minimabeleid
Veel gemeenten hebben voor mensen met een laag inkomen speciale regelingen. Per 1 januari 2012 geldt dat het inkomen niet hoger mag zijn dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Hoger mag niet, lager wel. Dit betekent dat alleen mensen met een inkomen tot 110% van het bijstandsbedrag dat voor hen geldt, aan deze regelingen mee kunnen doen of hier recht op hebben.
Het gaat om de volgende regelingen:
· de langdurigheidstoeslag;
· bijzondere bijstand aan speciale groepen: de categoriale bijzondere bijstand aan: mensen met een chronische ziekte of beperking, mensen van 65 jaar en ouder, mensen met schoolgaande kinderen;
· de collectieve aanvullende zorgverzekering, met daarbij een bijdrage in de premiekosten;
· het sociaal participatiefonds (kortingen op abonnementen, contributies, cursusgelden en ouderbijdragen);
· de PC-regeling;
· bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen (witgoed).
Voor bovenstaande regelingen geldt vanaf 1 januari 2012 eveneens het eerdergenoemde nieuwe gezinsbegrip.
Overgangsrecht
Indien een bijstandsgerechtigde op 31 december 2011 recht heeft op een algemene bijstandsuitkering en zijn situatie wijzigt niet, dan heeft hij tot 1 juli 2012 recht op algemene bijstand op grond van de oude voorwaarden.
Tot slot
Nederland kent diverse regelingen die hetzelfde doel hebben, namelijk: mensen vanuit een uitkering (gedeeltelijk) aan het werk krijgen. De rechten en plichten verschillen echter wel per regeling. Bovendien worden de regelingen door diverse instanties uitgevoerd.
Met de aangescherpte WWB wordt vooruit gelopen op de Wet Werken naar Vermogen ( Wwnv), die op 1 januari 2013 ingevoerd moet worden. Deze nieuwe wet komt in de plaats van de huidige bijstand (WWB) en heeft gevolgen voor de Wet Sociale werkvoorziening (WSW) en de Wet arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong).
Het huidige stelsel is onvoldoende in staat gebleken mensen daadwerkelijk aan werk te helpen. Met als gevolg dat teveel mensen gebruik maken van de sociale zekerheid terwijl zij geheel of gedeeltelijk aan het werk zouden kunnen gaan, ondanks hun arbeidsbeperking. Bij het nieuwe stelsel zal de nadruk dan ook (nog meer) op werken komen te liggen. Ook moet het stelsel transparanter worden.
De gemeenten worden belast met de uitvoering van de Wwnv waardoor beter maatwerk geleverd kan worden en mensen zo effectief mogelijk geholpen kunnen worden bij het vinden van werk. De gemeenten bereiden zich voor op alle veranderingen die de nieuwe wet met zich mee zal brengen.
mr. Manon Hofstee, USG Juristen

