De terbeschikkingstellingsregeling (tbs-regeling) is ook van toepassing op geërfd bloot eigendom van onroerende zaken waarvan een vennootschap het vruchtgebruik heeft. De Hoge Raad Hof heeft onlangs een in deze zin luidende uitspraak van Hof Den Bosch van 18 maart 2011 bevestigd. Het hof kwam tot dit oordeel op basis van de wetsgeschiedenis van de tbs-regeling en een arrest van de Hoge Raad uit 2010. Volgens het hof had de wetgever met de ruime uitleg van het begrip ‘ter beschikking stellen’ ook het oog gehad op een gesplitste aankoop, waarbij de vennootschap het vruchtgebruik verwerft en de aanmerkelijk belanghouder de blote eigendom. Naar het oordeel van het hof is dit niet anders in een situatie waarbij sprake is van een geërfd bloot eigendom en de vennootschap op enig moment het vruchtgebruik heeft verworven. Toepassing van de tbs-regeling strookt volgens het hof ook met de bedoeling van de wetgever. De wetgever wilde voorkomen dat enerzijds kosten in aftrek worden gebracht in de vennootschapsbelasting, terwijl anderzijds de opbrengsten genererende zaken onder het (milde) regime van box 3 zouden vallen. Het hof had verder onder meer aangegeven dat de waardestijging van de blote eigendom als gevolg van de waardestijging/waardeaangroei van de blote eigendom naar volle eigendom vanwege het verstrijken van de looptijd van het vruchtgebruik jaarlijks moet worden verantwoord als belastbaar resultaat uit een werkzaamheid. De fiscale afschrijvingslasten (15% van de huuropbrengsten) komen op deze belaste waardestijging nog in mindering. Onder toepassing van deze uitgangspunten berekende het hof de omvang van het resultaat uit een werkzaamheid. Dat leidde tot een vermindering van het door de inspecteur berekende bedrag van € 357.469 tot € 2.153. In cassatie bleef dit oordeel van het hof ongeschonden.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Indien u een pand verhuurt aan een bv waarin u of een met u verbonden persoon (echtgenoot, partner e.d.) een aanmerkelijk belang houdt, dan zijn de huuropbrengsten van het pand op grond van de zogeheten terbeschikkingstellingsregeling belast. De huurinkomsten zijn progressief (tot maximaal 52%) belast in box 1 als resultaat uit overige werkzaamheden. Daar staat tegenover dat de kosten van het verhuurde pand, zoals afschrijvings- en rentelasten, aftrekbaar zijn. Voor resultaat uit overige werkzaamheden is een deel van de bepalingen die gelden voor winst uit onderneming ook van toepassing. Zo moet u voor de berekening van het resultaat uit overige werkzaamheden jaarlijks een balans en verlies- en winstrekening opstellen.
De Hoge Raad heeft onlangs arrest gewezen over de vraag of de terbeschikkingstellingsregeling (tbs-regeling) ook van toepassing is op geërfd bloot eigendom van onroerende zaken waarvan een vennootschap het vruchtgebruik heeft. De procedure was kort gezegd als volgt.
Een man bezat tezamen met zijn twee zusters de blote eigendom van een aantal onroerende zaken. Zij hadden in 1985 de blote eigendom verkregen uit de nalatenschap van hun grootvader. Het vruchtgebruik had de grootvader opvolgend gelegateerd aan zijn echtgenote (grootmoeder) en de vader van de man. De vader richtte in 1986 een bv op waaraan hij het vruchtgebruik verkocht. De gewone aandelen in de bv schonk hij in 1987 voor gelijke delen aan zijn zoon en twee dochters. Zelf behield hij een grote meerderheid in de preferente aandelen in de bv. In 1997 kocht de man de aandelen van zijn zusters in de bv. Hij ontving over 2001 een forse navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen omdat de inspecteur van mening was dat de blote eigendom van de man onder de tbs-regeling viel.
Hof Den Bosch was op basis van de wetsgeschiedenis van de tbs-regeling en een arrest van de Hoge Raad uit 2010 van oordeel dat de tbs-regeling ook van toepassing is op geërfd bloot eigendom van onroerende zaken waarvan een vennootschap het vruchtgebruik heeft. Volgens het hof had de wetgever met de ruime uitleg van het begrip ‘ter beschikking stellen’ ook het oog gehad op een gesplitste aankoop, waarbij de vennootschap het vruchtgebruik verwerft en de aanmerkelijk belanghouder de blote eigendom. Naar het oordeel van het hof is dit niet anders in een situatie waarbij sprake is van een geërfd bloot eigendom en de vennootschap op enig moment het vruchtgebruik heeft verworven. Toepassing van de tbs-regeling strookt volgens het hof ook met de bedoeling van de wetgever. De wetgever wilde voorkomen dat enerzijds kosten in aftrek worden gebracht in de vennootschapsbelasting, terwijl anderzijds de opbrengsten genererende zaken onder het (milde) regime van box 3 zouden vallen.
Het hof had verder onder meer aangegeven dat de waardestijging van de blote eigendom als gevolg van de waardestijging/waardeaangroei van de blote eigendom naar volle eigendom vanwege het verstrijken van de looptijd van het vruchtgebruik jaarlijks moet worden verantwoord als belastbaar resultaat uit een werkzaamheid. De fiscale afschrijvingslasten (15% van de huuropbrengsten) komen op deze belaste waardestijging nog in mindering. Onder toepassing van deze uitgangspunten berekende het hof de omvang van het resultaat uit een werkzaamheid. Dat leidde tot een vermindering van het door de inspecteur berekende bedrag van € 357.469 tot € 2.153. In cassatie bleef dit oordeel van het hof ongeschonden.

