De Centrale Raad van Beroep heeft recentelijk een voor de praktijk belangrijke uitspraak gedaan in een zaak waar de vraag centraal stond of sprake was van een benadelingshandeling (CRvB 4 april 2012, LJN: BW1977).
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Het UWV en later de rechtbank hadden geoordeeld dat sprake was van een benadelingshandeling van de betreffende werknemer als bedoeld in artikel 45 lid 2 aanhef en onder j van de Ziektewet. De werknemer had namelijk ingestemd met een beëindiging van zijn dienstverband tijdens ziekte, terwijl het opzegverbod bij ziekte van toepassing was. Het UWV en de rechtbank waren van mening dat een beroep op dit opzegverbod in een ontbindingsprocedure niet bij voorbaat kansloos was geweest en dat de werknemer dus niet met de beëindiging had mogen instemmen.
De Centrale Raad was het niet met dit oordeel eens. Hoewel het oordeel van de rechtbank in uitgangspunt juist is, stond in deze zaak vast dat er een noodzaak tot reorganisatie was binnen het bedrijf van de werkgever en dat het afspiegelingsbeginsel was toegepast. De werknemer had daarnaast een vergoeding op basis van de neutrale kantonrechtersformule meegekregen en de toepasselijke opzegtermijn was in acht genomen. De kans dat de rechter een ontbindingsverzoek op basis van het opzegverbod zou hebben afgewezen was volgens de Centrale Raad verwaarloosbaar klein. Van een benadelingshandeling was dan ook geen sprake. De Centrale Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar diende te nemen.
Voor de praktijk is deze uitspraak gunstig. Zieke werknemers zijn vaak toch huiverig om, ook in het geval van een reorganisatie, met een vaststellingsovereenkomst in te stemmen. Wellicht dat nu vaker, met verwijzing naar deze uitspraak, een inhoudelijke ontbindingsprocedure voor een zieke werknemer kan worden voorkomen. Voor werkgevers dus een goede ontwikkeling!
mr. Ilse Witte, Van Benthem & Keulen

