De minister van Veiligheid en Justitie heeft het verzoek van een voormalig directeur bij een penitentiaire inrichting om langer te mogen doorwerken onterecht afgewezen. Volgens de bestuursrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch maakte de minister daarbij een verboden onderscheid op grond van leeftijd.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De man is geboren in december 1949 en werkte als unitdirecteur bij een penitentiaire inrichting (PI). Aangezien het een zogenoemd substantieel bezwarende functie betrof, zou de man op zijn zestigste in beginsel functioneel leeftijdsontslag worden verleend.
Vooraf
De man vroeg in 2008 langer te mogen doorwerken. De minister wees dat verzoek in eerste instantie af, maar kwam ervan terug. Eind 2009 is de man geplaatst als plaatsvervangend vestigingsdirecteur bij de PI.
In september 2010 verzocht de man opnieuw een jaar langer te mogen doorwerken. De minister wees dat verzoek af en verleende de man eervol ontslag per januari 2011. Eind 2011 verklaarde de minister het bezwaar van de man tegen de afwijzing ongegrond.
Tijdens de bezwaarprocedure heeft de man de zaak voorgelegd aan de Commissie Gelijke Behandeling. Deze commissie oordeelde in 2011 dat geen sprake was van leeftijdsdiscriminatie.
Deze rechtszaak
De voormalig directeur stelde beroep in bij de bestuursrechter tegen het besluit van de minister op zijn bezwaar. Volgens de man staat zijn leeftijdsontslag op gespannen voet met het verbod op leeftijdsdiscriminatie. Volgens de minister was er kort gezegd geen sprake van discriminatie.
Oordeel rechtbank
Volgens de rechtbank is bij de beëindiging van het dienstverband onderscheid gemaakt op grond van leeftijd. De rechtbank twijfelt of het door de minister aangegeven doel van dat onderscheid, namelijk het voorkomen of oplossen van boventalligheid van medewerkers binnen de functiegroep van (plaatsvervangend) vestigingsdirecteuren, voldoet aan een werkelijke behoefte. Het functioneel leeftijdsontslag is in ieder geval niet noodzakelijk voor het bereiken van dat doel. Dat doel kan ook worden bereikt met een middel dat vanuit het oogpunt van gelijke behandeling minder bezwaarlijk is, namelijk door reorganisatiebepalingen toe te passen met de daarbij behorende waarborgen.
De bestuursrechter vindt dat er wel sprake is van leeftijdsdiscriminatie en verklaart het beroep van de voormalig directeur gegrond. Dat betekent dat de minister nog een beslissing moet nemen op het verzoek van de man langer te mogen doorwerken. De rechtbank vindt dat de minister dat verzoek zo moet lezen dat het betrekking heeft op een toekomstig jaar, omdat een beslissing over 2011 geen zin meer heeft. Daarbij wijst de rechtbank erop op dat de man tijdens de zitting op 15 mei jl. heeft aangegeven nog steeds graag als plaatsvervangend vestigingsdirecteur te willen werken en zich daartoe ook lichamelijk en psychisch in staat acht.

