Een werkgever kan krachtens de wet op twee gronden jegens de werknemer aansprakelijk zijn. Allereerst de zorgplicht die ziet op de aansprakelijkheid voor schade die de werknemer in de uitoefening van de werkzaamheden lijdt, tenzij de werkgever stelt en bewijst dat hij zijn zorgverplichtingen is nagekomen, of de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. De tweede grond ziet op het zogenaamde “goed werkgeverschap” waarmee in de praktijk feitelijk wordt gedoeld op fatsoensnormen. De rechtspraak vormde tot voor kort een strenge, feitelijk naar risicoaansprakelijkheid neigende norm maar de laatste tijd lijkt er een tendens te zijn die erop neerkomt dat minder snel dan voorheen aan aansprakelijkheid wordt toegekomen wegens schending van de zorgplicht. Desalniettemin wordt wel meer dan voorheen aansprakelijkheid aangenomen vanwege schending van de norm van goed werkgeverschap. Onder omstandigheden kan een werkgever jegens zijn werknemer op grond van de redelijkheid en billijkheid en de verplichtingen uit hoofde van goed werkgeverschap aansprakelijk zijn. De situatie van woon-werkverkeer kan deze tendens goed illustreren.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Woon-werkverkeer
De vraag of de werkgever ook aansprakelijk kan worden gehouden voor schade van de werknemer ontstaan tijdens woon-werkverkeer heeft de Hoge Raad in beginsel ontkennend beantwoord. Als uitgangspunt geldt dat, indien een ongeval niet heeft plaatsgevonden tijdens werkuren of in de uitoefening van de opgedragen werkzaamheden maar tijdens het woon-werkverkeer, de werkgever in beginsel niet op grond van werkgeversaansprakelijkheid gehouden is tot vergoeding van de door de getroffen werknemer geleden schade. Het ontbreken van aansprakelijkheid op die grond betekent overigens niet dat de werkgever onder omstandigheden niet op een andere grond jegens zijn werknemer aansprakelijk kan zijn. De Hoge Raad heeft echter ook deze uitgangspunten inmiddels genuanceerd. In een zaak was sprake van een werknemer en zijn collega’s overkomen verkeersongeval, met de eigen auto van de werknemer en op weg van huis naar het werk. Die laatste omstandigheid stond naar het oordeel van de Hoge Raad aansprakelijkheid van de werkgever niet in de weg. Omdat de opdracht door de werkgever was aanvaard, de werknemer aangewezen was om met zijn eigen auto vervoer van zichzelf en enkele medewerkers naar de werkplek te verzorgen en in verband daarmee op grond van CAO-bepalingen een onkostenvergoeding en een meerijderstoeslag werd ontvangen, was volgens de Hoge Raad geen sprake meer van ‘gewoon’ woon-werkverkeer, maar kon het vervoer op één lijn worden gesteld met vervoer dat plaatsvindt krachtens de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst. Gezien de aard van de arbeidsovereenkomst en de eisen van redelijkheid en billijkheid was de werkgever ook in dit geval verplicht de – overigens niet door verzekering gedekte – schade te dragen. De Hoge Raad voegde er wel aan toe dat afwijking van die regel mogelijk is indien in de door de werkgever aan zijn werknemer betaalde vergoedingen een bestanddeel was begrepen voor de kosten van een casco-, inzittenden- en ongevallenverzekering, én de werknemer begreep of had moeten begrijpen dat de vergoeding ertoe strekte de premies van door hem te sluiten verzekeringen te dekken. Ook in de lagere rechtspraak is deze lijn voortgezet; niettegenstaande hoe in uitvoeringsregelingen bij CAO’s het begrip ‘arbeidsduur’ is gedefinieerd en welke reistijd derhalve al dan niet als woon-werkverkeer wordt aangemerkt.
Absolute waarborg
Uit deze rechtspraak kan de conclusie getrokken worden dat enerzijds de zorgplicht van een werkgever wordt ingeperkt, maar anderzijds de eisen waaraan hij moet voldoen om zich als goed werkgever te gedragen steeds verder worden uitgebreid. Dit zou erop neer kunnen komen dat uiteindelijk toch op een absolute waarborg uitgekomen wordt. Dat is dan niet een waarborg ter voorkoming van ongevallen van een werknemer, maar wel ter vergoeding van diens schade, zodra daarvoor enig verband met de arbeidsovereenkomst is aan te wijzen.
Verzekering
Werkgevers zijn veelal verzekerd tegen het risico van bedrijfsongevallen maar niet alle verzekeraars bieden op de AVB-polis dekking tegen aansprakelijkheid op grond van de eisen van goed werkgeverschap. Gezien het feit dat de aansprakelijkheid op grond daarvan in zwang raakt, is het dan ook verstandig aanvullende maatregelen te treffen zodat ook die aansprakelijkheid goed verzekerd is.
Mr. S.L. Braam, Van Benthem & Keulen

