Om de gevolgen van de economische crisis te beperken heeft het kabinet op 30 november 2008 werktijdverkorting mogelijk gemaakt voor bedrijven die als gevolg van de recessie over een periode van twee maanden een omzetverlies leden van tenminste 30%. Het doel van deze maatregel was om te voorkomen dat bedrijven onder druk van de snel veranderende economische omstandigheden werknemers zouden ontslaan.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De bijzondere WTV-regeling liep af op 21 maart 2009 en is per 1 april 2009 vervangen door de Tijdelijke regeling deeltijd-WW. Deze regeling maakt het mogelijk dat werknemers minder uren gaan werken en een WW-uitkering ontvangen voor die minder gewerkte uren. Op 14 juli 2009 is het Besluit deeltijd WW tot behoud van vakkrachten gewijzigd[1] waardoor de regeling minder fraudegevoelig moet worden. Het is de bedoeling bedrijven te stimuleren om niet voor het gehele personeelsbestand deeltijd-WW aan te vragen, maar slechts voor de vakkrachten die zij nodig hebben om het voortbestaan van het bedrijf na de crisis veilig te stellen. De ons omringende landen (te weten Duitsland, België en Frankrijk) kennen een structurele regeling die (gedeeltelijke) compensatie van inkomensverlies door de staat onder bepaalde omstandigheden mogelijk maakt. Zoals hierboven beschreven kent Nederland geen structurele maatregel, maar slechts een tijdelijke regeling. Moet Nederland een voorbeeld nemen aan de ons omringende landen en een structurele maatregel invoeren in plaats van een tijdelijke regeling?
Regelingen in Nederland
Voor de recessie was er geen sprake van een regeling waarbij de staat bedrijven die tijdelijk minder werk hadden te hulp schoot om ontslagen te voorkomen. Met de intrede van de economische recessie is hier verandering in gekomen. Zoals hierboven beschreven zijn er verschillende elkaar opvolgende regelingen in het leven geroepen om het voortbestaan van gezonde bedrijven zeker te stellen.
Na de bijzondere WTV-regeling werd per 1 april 2009 het Besluit deeltijd WW tot behoud van vakkrachten ingesteld. Zoals gezegd maakte deze regeling het voor bedrijven mogelijk om vakkrachten minder uren te laten werken. Voor het aantal uren dat de werknemers niet werkten ontvingen zij een WW-uitkering. Het doel van het Besluit deeltijd-WW was ten eerste om het voor bedrijven (waarvan wordt aangenomen dat het gezonde bedrijven zijn) ondanks het teruglopen van omzet mogelijk te maken hun vakkrachten te behouden zodat deze bedrijven na de crisis nog over voldoende capaciteit zouden beschikken om aan de dan toenemende vraag te kunnen voldoen. Deze regeling had tevens tot doel ruimte te bieden voor scholing binnen de bedrijven waardoor vakkennis niet verloren zou gaan. Voorzien was dat de regeling zou lopen van 1 april 2009 tot 1 januari 2010.
Voor de uitvoering van de regeling werd aanvankelijk 375 miljoen euro beschikbaar gesteld, in juni 2009 bleek echter dat de deelnemende bedrijven zoveel werknemers hadden aangemeld voor de deeltijd-WW dat het plafond van 375 miljoen euro was bereikt. Hierop werd de regeling stop gezet. Uit onderzoek is gebleken dat de helft van de ondervraagde bedrijven voor alle medewerkers gebruik maakte van het maximale percentage deeltijd-WW, te weten 50%.[2] Dit betekent dat de regeling niet alleen werd ingezet voor onmisbare vakkrachten maar voor een groot deel van het personeel.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft besloten de regeling deeltijd-WW opnieuw open te stellen per 20 juli 2009, zij het in gewijzigde vorm. Het gewijzigde Besluit deeltijd WW tot behoud van vakkrachten werkt terug tot 1 april 2009. Het uitgangspunt van de wijzigingen is ‘dat het behoud van werkgelegenheid waar geen werk is’, geen perspectief biedt. Herstructurering van de economie en transities tussen bedrijven mogen niet door het besluit worden belemmerd.'[3] Er kan nu alleen gebruik gemaakt worden van de regeling als de werktijd daadwerkelijk met ten minste 20% en ten hoogste 50% wordt verkort gedurende ten minste 26 weken en voor 1 januari 2010 aanvangt. Gebeurt dit niet dan moet de werkgever de door de werknemer genoten uitkering alsnog vergoeden. De werkgever moet bovendien schriftelijk aantonen dat de belanghebbende verenigingen van werknemers (indien meer dan 20 werknemers deelnemen aan de regeling) of de vertegenwoordiging van de werknemers (indien minder dan 20 werknemers deelnemen aan de regeling) heeft ingestemd met de arbeidstijdverkorting. De werkgever en de werknemersvertegenwoordiging maken schriftelijke afspraken om het loon door te betalen. Indien de werknemersvertegenwoordiging niet instemt met deelname aan de regeling of als er een verschil van mening is over toepassing van de regeling, kunnen beide partijen zich wenden tot het daartoe ingestelde Meldpunt deeltijd WW.
Ook zijn er wijzigingen opgenomen met betrekking tot het aantal verlengingen. Het aantal verlengingen wordt gewijzigd in vier keer 13 weken in plaats van twee keer 26 weken. Er mag alleen verlengd worden als aan de gemaakte afspraken betreffende de voorgaande periode is voldaan. Dit moet blijken uit een schriftelijk verslag van de werkgever en de werknemersvertegenwoordiging. Van de regeling kan geen gebruik gemaakt worden door werknemers wier contract zal aflopen gedurende de deelname aan de regeling. Als dit geval zich voordoet betaalt de werkgever de genoten uitkering terug.
De grootste wijziging ten opzichte van de hiervoor geldende regeling is dat de duur van de deeltijd-WW afhankelijk wordt van het aantal werknemers dat er gebruik van maakt. Hierbij geldt dat de duur van gebruik van de regeling 15 maanden is bij deelname door minder dan 30% van de werknemers, 12 maanden bij een percentage tussen de 30% en 60% en 9 maanden indien meer dan 60% van de werknemers gebruik maakt van de regeling.
Tevens is er een meester/gezelconstructie in het leven geroepen. Per werknemer moet schriftelijk worden vastgelegd welke scholing gevolgd gaat worden en werknemers die gebruik maken van de regeling kunnen binnen het bedrijf scholing geven aan stagiairs en werknemers die korter dan een jaar in dienst zijn. Hierbij geldt wel dat het aantal ‘meesters’ het aantal ‘gezellen’ niet mag overstijgen.Indien de werkgever fraude pleegt zal hij alle verleende uikeringen in het kader van deeltijd-WW moeten terugbetalen aan het UWV en zal de werkgever niet langer worden toegestaan de werktijd te verkorten.[4]
Commentaar op de aangepaste regeling komt uit verschillende hoeken. Zo stelt het MKB dat kleine bedrijven die deelnemen aan de regeling al snel op een hoog deelname percentage zullen zitten waardoor zij korter gebruik kunnen maken van de regeling dan grote bedrijven. ‘Het kleine bedrijf legt een veel kleiner beslag op het budget van de regeling, maar mag er minder lang gebruik van maken’.[5] Prof. mr. dr. Wijnand Zondag noemt de voortzetting van de deeltijd-WW verbazend. Hij stelt dat ‘de deeltijd-WW aanzienlijk minder strenge voorwaarden kent dan de regeling met betrekking tot werktijd verkorting’ en dat ‘ruim dertig jaar “vast beleid” zonder toelichting terzijde wordt geschoven.’ Tevens stelt hij vraagtekens bij de effectiviteit van de regeling omdat hierover nog niets concreets bekend is.[6]
Ook FME voorzitter Jan Kamminga uit kritiek op de aangepaste regeling: ‘met de huidige versobering loopt Nederland nu nog meer uit de pas met de haar omringende landen. Dit draagt zeker niet bij aan onze concurrentiepositie.’ Hiermee wordt gedoeld op vergelijkbare regelingen die in België, Duitsland en Frankrijk gelden. Volgens de heer Kamminga zijn deze ‘toegankelijker, flexibeler en budgettair ruimer bemeten.’ Tevens vreest de FME dat bedrijven mede door de aangepaste regeling voor moeilijke keuzen komen te staan die zullen leiden tot onnodige ontslagen. [7] Het CPB heeft onlangs bekend gemaakt dat de deeltijd-WW herstel van de arbeidsmarkt belemmerd omdat werknemers blijven werken in hun huidige baan in plaats van op zoek te gaan naar een nieuwe baan. ‘De populariteit van deeltijd-WW berust op het idee dat er in tijden van crisis geen enkele baan beschikbaar is. Maar dat is een misvatting (…). De arbeidsmarkt is een voortdurende stoelendans waarin mensen steeds stoelen verlaten om een nieuwe te bezetten.'[8]
De vraag is bovendien of de bedrijven die gebruik maken van de deeltijd-WW wel zo gezond zijn. Een gevolg kan zijn dat ongezonde bedrijven door gebruikmaking van deeltijd-WW kunnen blijven voortbestaan terwijl deze bedrijven eigenlijk hun activiteiten zouden moeten staken. De bedrijven die wel gezond zijn zouden dan immers meer kans hebben om gezond te blijven.
De regelingen in België, Duitsland en Frankrijk
België
België kent een structureel systeem waarbij inkomensverlies door tijdelijke verkorting van arbeidstijd als gevolg van economische oorzaken gedeeltelijk door de staat wordt gecompenseerd. Dit geldt alleen voor een ‘tijdelijk werkloze’, dat is een werkloze die door een arbeidsovereenkomst is verbonden waarvan de uitvoering tijdelijk, geheel of gedeeltelijk, geschorst is.
Om ontslagen bij een tijdelijke afname van werkgelegenheid te voorkomen kan voor (een aantal) werknemers de arbeidsovereenkomst tijdelijk worden geschorst. Dit kan gedeeltelijk zijn maar ook volledig. Onder de volgende omstandigheden kan een tijdelijk werkloze gebruik maken van de regeling: overmacht, collectieve jaarlijkse vakantie, technische stoornis, slecht weer, economische oorzaken en staking of lock-out. Voor sommige oorzaken geldt dat alleen arbeiders er gebruik van kunnen maken, zoals bij tijdelijke werkloosheid ten gevolge van economische omstandigheden. In dat geval kunnen ook leerlingen die in hoofdzaak handenarbeid verrichten onder de regeling vallen.[9] Werkgevers moeten wel de ondernemingsraad of medezeggenschapsraad in kennis stellen van hun voornemen gebruik te maken van de regeling. De deelnemende werknemers moeten zelf de verantwoordelijke instanties inlichten.
De hoogte van de uitkering is 75% van het maximumloon maar niet meer dan € 2.206 over de eerste 6 maanden en daarna € 2.056. De duur van de regeling verschilt voor de gedeeltelijke arbeid en de volledige schorsing. De volledige schorsing kent een duur van vier weken en één verplichte werkweek. De gedeeltelijke arbeid kan lopen van vier weken en één verplichte werkweek bij een tweewekelijks regime van één arbeidsdag per twee weken, tot
12 maanden bij een wekelijks regime van minstens drie arbeidsdagen per week.[10]
Vanaf 2009 vallen op grond van het Interprofessioneel Akkoord 2009-2010 – onderdeel van het economisch herstelplan van de overheid – ook uitzendkrachten onder de regeling. Voor de bouwsector en de horeca is een specifieke regeling van kracht.[11]
Bedrijven die veel gebruik maken van de regeling zijn bedrijven in de conjunctuurgevoelige sector. Eind april 2009 was er sprake van een toename van het aantal tijdelijk werklozen van 76% ten opzichte van een jaar daarvoor.[12]
Ook in België zijn inmiddels extra maatregelen getroffen om werkgevers de mogelijkheid te bieden de afname van werkgelegenheid op te vangen zonder daarbij over te gaan tot ontslagen. Titel 1 van de wet van 19 juni 2009, houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis[13], voorziet in een vermindering van sociale zekerheidsbijdragen bij invoering van een tijdelijke en collectieve vermindering van de arbeidsduur. Deze vermindering van sociale zekerheidsbijdragen wordt verhoogd indien de vermindering van de arbeidsduur gepaard gaat met de invoering van de vierdagenweek.[14] Deze regeling is geldig tot 31 december 2009 en kan eventueel verlengd worden tot 30 juni 2010.
Duitsland
Ook in Duitsland kent men een structureel systeem ten aanzien van tijdelijke verkorting van arbeidstijd als gevolg van economische oorzaken. Dit heet ‘Kurzarbeit’. De staat biedt compensatie voor inkomensverlies ten gevolge van economische oorzaken, structurele veranderingen binnen een bedrijf en onvermijdelijke eenmalig gebeurtenissen. Een bedrijf of onderdeel van een bedrijf komt alleen in aanmerking voor Kurzarbeit als door minstens één derde van de werknemers een inkomensverlies van minstens 10% wordt geleden. Er is geen verplichting voor arbeid of scholing voor werknemers die gebruik maken van de regeling. De werknemers verliezen geen sociale zekerheidsrechten. De uitkeringen bedragen 67% van het weggevallen laatstverdiende netto maandloon voor werknemers met kinderen; voor werknemers zonder kinderen is dit percentage 60%.
De duur van de uitkering is in beginsel 6 maanden. Bij uitzonderlijke situaties in bepaalde sectoren of regio’s kan een periode van 12 maanden gelden. Als er een uitzonderlijke situatie voor de gehele arbeidsmarkt aan de orde is geldt een maximale duur van 24 maanden.
Arbeidstijdverkorting moet met de ondernemingsraad worden overeengekomen. Indien er geen overeenstemming wordt bereikt kan een beroep worden gedaan op de arbitragecommissie. Overigens kan de ondernemingsraad ook zelf met een voorstel voor arbeidstijdverkorting komen. De werkgever moet het Agentur für Arbeit in kennis stellen van het besluit om gebruik te maken van de regeling.[15]
De regeling staat nu toe dat een willekeurig aantal werknemers waarbij inkomstenverlies van ten minste 10% wordt geleden gebruik kan maken van de regeling. Tevens is per 5 juni 2009 de mogelijkheid van deelname aan de regeling verlengd naar 24 maanden.[16]
Bedrijven die veel gebruik maken van de regeling zijn bedrijven in de industriële sector. Vanaf het begin van de crisis is het aantal aanvragen sterk toegenomen maar de laatste maanden daalde het aantal aanvragen weer.[17] De Volkskrant berichtte op 20 juli 2009 dat het tempo van de economische krimpt volgens de Bundesbank significant is verzwakt. Volgens het Duitse ministerie van Financiën is de economie het tweede kwartaal minder hard achteruit gegaan dan aanvankelijk werd gevreesd. Bovendien werd bekend dat de orders en productie in de maand mei onverwacht zijn toegenomen. Deze beweringen werden echter niet gestaafd met cijfers en statistieken.[18]
Frankrijk
Net als Duitsland en België kent ook Frankrijk een structurele regeling voor gedeeltelijke werkloosheid. In Frankrijk kan de regeling worden toegepast in geval van economische recessie, beperkingen in het aanbod van primaire producten en energie, uitzonderlijke gebeurtenissen die schade of verlies tot gevolg hebben, herstructurering of modernisering van het bedrijf en andere uitzonderlijke omstandigheden. Inkomensverlies doordat er tijdelijk minder arbeid beschikbaar is wordt door de staat gedeeltelijk gecompenseerd. Bedrijven met minder dan 250 werknemers krijgen € 3,84 per uur per werknemer en grotere bedrijven krijgen € 3,33 per uur. De werkgever moet het verschil tussen de staatsuitkering en het minimumuurloon uurloon betalen. Het minimumuurloon bedraagt 60% van het bruto uurloon met een minimum van €6,84 per uur.
Het aantal uren dat een werknemer kan deelnemen aan de regeling is voor 2009 op 800 gesteld. Voor enkele specifieke sectoren ligt dit urental op 1000 per jaar. Indien de deelname aan de regeling langer dan 6 weken duurt komt de financiering voor rekening van de werkloosheidsuitkeringsinstantie. De werkgever moet na overleg met de vertegenwoordiging van de werknemers de fondsen aanvragen bij de betreffende overheidsinstanties. Vanaf 1 januari 2009 vallen ook parttimers onder de regeling voor gedeeltelijke werkloosheid.[19]
Conclusie
Nederland kent geen structurele regeling die deeltijd-WW mogelijk maakt. Duitsland, België en Frankrijk kennen wel een dergelijke structurele regeling. De vraag is of Nederland een voorbeeld moet nemen aan de ons omringende landen en een structurele maatregel moet invoeren in plaats van een tijdelijke regeling.
In Nederland is de regeling deeltijd-WW in april 2009 in het leven geroepen en inmiddels alweer aangepast. Het is denkbaar dat bij het bestaan van een structurele regeling het niet nodig was geweest de regeling stop te zetten en later in gewijzigde vorm voort te zetten. Zowel bedrijven als de overheid waren dan al bekend geweest met het verschijnsel deeltijd-WW en ‘kinderziektes’ zouden dan wellicht in minder zware economische tijden al aan het licht zijn gekomen. Bovendien hadden bedrijven dan direct toen de recessie haar intrede deed al kunnen anticiperen op de mogelijkheden die er dan al zouden zijn geweest waardoor wellicht ontslagen voorkomen hadden kunnen worden. Het zou waarschijnlijk ook minder makkelijk zijn geweest om misbruik te maken van de regeling omdat veel valkuilen en mazen in de wet al aan het licht zouden zijn gekomen in tijden waarin slechts een enkel bedrijf van de regeling gebruik hoefde te maken. Een ander voordeel van een structurele regeling zou zijn dat Nederland geen afwijkend beleid meer voert ten opzichte van de buurlanden wat wellicht de concurrentiepositie ten goede zou komen. Het bestaan van een structurele regeling sluit echter niet uit dat de regeling in tijden van recessie alsnog aangepast of aangevuld moet worden zoals blijkt uit de situatie in België.
Het is de vraag of de genoemde voordelen zich daadwerkelijk voor zouden doen bij het instellen van een structurele regeling. Bovendien blijkt uit het rapport van het CPB dat de instelling van de deeltijd-WW het herstel van de arbeidsmarkt belemmerd. Daarnaast kan gezegd worden dat door het instellen van deeltijd-WW bedrijven, zowel de gezonde als de ongezonde, kunnen blijven voortbestaan terwijl door de kredietcrisis juist duidelijk wordt welke bedrijven niet gezond genoeg zijn om op eigen kracht te blijven voortbestaan. Gelet hierop lijkt het invoeren van een structurele regeling mij op dit moment dan ook geen optie.
mr. Puck Blok, USG Juristen
——————————————————————————–
[1] ‘Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 14 juli 2009, nr, IVV/I/2009/16262, tot wijziging van het Besluit deeltijd WW tot behoud van vakkrachten in verband met wederopenstelling onder verfijning van de voorwaarden (Besluit wederopenstelling deeltijd WW)’; Staatscourant 2009 nr. 10813, 17 juli 2009.
[2] ‘Deeltijd-WW en het behoud van werkgelegenheid. Een quick scan.’ Research voor Beleid, onderdeel van Panteia; Projectnummer: B3623; Zoetermeer, 24 juni 2009.
[3] Toelichting bij het Besluit wederopenstelling deeltijd WW, Staatscourant 2009, nr. 10813, pag. 5.
[4] Zie het Besluit deeltijd WW tot behoud van vakkrachten en de toelichting bij dit besluit
[5] http://www.mkb.nl/images/P_09_07_24%20brief%20deeltijd%20ww%20mai_256_20090727_202258.pdf Brief van het MKB aan de Tweede Kamer; 27 juli 2009.
[6] http://www.refdag.nl/artikel/1422788/Voortzetting+deeltijdWW+verbazend.html
‘Voortzetting deeltijd-WW verbazend’, Reformatorisch Dagblad, Prof. mr. dr. Wijnand Zondag; 16 juli 2009
[7] http://www.fme.nl/Smartsite.shtml?id=63895
[8] ‘De grote recessie: het Centraal Planbureau over de kredietcrisis’ Casper van Ewijk en Coen Teurings, 1 september 2009
[9] www.rva.be
[10] ‘Deeltijd-WW en het behoud van werkgelegenheid. Een quick scan.’ Research voor Beleid, onderdeel van Panteia; Projectnummer: B3623; Zoetermeer, 24 juni 2009; blz. 25.
[11] Idem; blz. 24.
[12] Idem; blz 25.
[13] Wet van 19 juni 2009 houdende diverse bepalingen over tewerkstelling in tijden van crisis; publicatie in Belgisch Staatsblad, 25 juni 2009
[14] http://www.werk.belgie.be/defaultTab.aspx?id=23956
[15] http://cms.strick.de/actueel/medien/KurzarbeitII.pdf door Peter W. Strick, gepubliceerd op 9 april 2009
[16]Deeltijd-WW en het behoud van werkgelegenheid. Een quick scan.’ Research voor Beleid, onderdeel van Panteia; Projectnummer: B3623; Zoetermeer, 24 juni 2009; blz. 26.
[17] Idem; blz 27.
[18] http://www.volkskrant.nl/economie/article1260982.ece/Duitsland_verwacht_afname_krimp
[19] Deeltijd-WW en het behoud van werkgelegenheid. Een quick scan.’ Research voor Beleid, onderdeel van Panteia; Projectnummer: B3623; Zoetermeer, 24 juni 2009; blz. 28-29.

