De Centrale Raad van Beroep oordeelt in een uitspraak van 28 april 2010 dat het Uwv bij bepaling van de mate van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO ten onrechte pas na de uitspraak van de Centrale Raad van 2 maart 2007 uitgaat van de werkelijke omvang van het werk dat iemand wegens arbeidsongeschiktheid niet meer kan verrichten.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Bij (her)berekening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering in de zin van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) moet op grond van deze uitspraak (van 28 april 2010) in alle gevallen de volledige omvang van de arbeid waaruit iemand wegens ziekte is uitgevallen tot uitgangspunt worden genomen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Dit geldt ook voor de berekening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering die wordt toegekend voor een periode die begint vóór 2 maart 2007.
De datum 2 maart 2007 ziet op een uitspraak van de Centrale Raad (LJN AZ965), waarin hij een bepaling van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten onverbindend heeft verklaard. Op grond van die bepaling werd de omvang van de verzekerde arbeid van de betrokkene bij een arbeidsongeschiktheidsschatting op maximaal 38 uur per week vastgesteld. Die omvang vormde dan ook de basis voor de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage; ook indien de werkelijke omvang van de arbeid groter was dan 38 uur. Volgens de Centrale Raad moest echter de werkelijke omvang van de arbeid van betrokkene als uitgangspunt worden genomen, omdat op die manier nauwkeuriger het reële verlies aan verdiencapaciteit kan worden vastgesteld.
Naar aanleiding van de uitspraak van 2 maart 2007 is het Schattingsbesluit gewijzigd en de maximering afgeschaft met ingang die uitspraakdatum.
In deze uitspraak van 28 april 2010 bepaalt de Centrale Raad dat ook het gewijzigde Schattingsbesluit in strijd is met de WAO en in zoverre onverbindend, nu bij die afschaffing aansluiting is gezocht bij de uitspraakdatum 2 maart 2007 en de maximering over de periode daarvóór niet wordt opgeheven.

