De Hoge Raad heeft onlangs beslist dat ook recht op lijfrentepremieaftrek bestaat bij een ruisende inbreng van een onderneming in een bv (dus met afrekening over de stille reserves in de overgedragen activa en de afname van de fiscale oudedagsreserve), waarbij de bv de onderneming onmiddellijk dooroverdraagt aan een 100%-dochtervennootschap van die bv. Dat daarbij de dooroverdracht van de onderneming niet uitsluitend tegen nieuw uitgereikte aandelen maar deels tegen creditering heeft plaatsgevonden, maakt dit volgens de Hoge Raad niet anders.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Het arrest van de Hoge Raad had betrekking op een ruisende dooroverdracht per 1 januari 2004 van een in maatschapsverband gedreven notarispraktijk van twee notarissen. Hun maatschapsdelen kwamen terecht in twee werkmaatschappijen waarvan zij via een houdstermaatschappij volledig aandeelhouder werden. De notarissen hadden bij de houdstermaatschappij een lijfrente bedongen tot het bedrag van de stakingswinst en de afname van de fiscale oudedagsreserve. Voor dat bedrag hadden zij recht op lijfrentepremieaftrek.
Op het moment dat u uw onderneming wenst in te brengen in een bv, kunt u de heffing over een eventuele stakingswinst (vanwege bijvoorbeeld afrekening over stille reserves in de overgedragen activa) en de vrijval van uw opgebouwde fiscale oudedagsreserve (for) uitstellen door deze om te zetten in een lijfrente. Fiscale afrekening over de stille reserves en het laten vrijvallen van de for in de winst wordt ook wel een ruisende inbreng genoemd. Met het bedrag van de winst kan bij een toegestane verzekeraar een lijfrenteverzekering worden aangekocht en over de ontvangen lijfrentetermijnen is te zijner tijd progressieve heffing in box 1 verschuldigd. Als toegestane verzekeraar kan ook de bv optreden, waaraan u de onderneming of een gedeelte van de onderneming hebt overgedragen. Als op het moment van de inbreng van de onderneming al (nagenoeg) vaststaat dat daarna verkoop van de onderneming aan een derde zal plaatsvinden, kan de bv echter niet als verzekeraar optreden.
De Hoge Raad heeft onlangs beslist dat ook recht op lijfrentepremieaftrek bestaat bij een ruisende inbreng van een onderneming in een bv waarbij de bv de onderneming onmiddellijk dooroverdraagt aan een 100%-dochtervennootschap van die bv. Dat daarbij de dooroverdracht van de onderneming niet uitsluitend tegen nieuw uitgereikte aandelen maar deels tegen creditering heeft plaatsgevonden, maakt dit volgens de Hoge Raad niet anders. Het arrest van de Hoge Raad had betrekking op een ruisende dooroverdracht per 1 januari 2004 van een in maatschapsverband gedreven notarispraktijk van twee notarissen. Hun maatschapsdelen kwam terecht in twee werkmaatschappijen waarvan zij via een houdstermaatschappij volledig aandeelhouder werden. De notarissen hadden bij de houdstermaatschappij een lijfrente bedongen tot het bedrag van de stakingswinst en de afname van de for. Voor dat bedrag hadden zij recht op lijfrentepremieaftrek.
Opmerking
Voor een (door)overdracht van de onderneming door de eigen bv bestaat ook ministerieel beleid. De staatssecretaris van Financiën heeft in het verleden toegestaan dat bij een verdere (door)overdracht door de ‘eigen’ bv van de verkregen onderneming in reële gevallen de eigen bv toch als toegestane verzekeraar kan blijven gelden. In zijn besluit van 1 oktober 2003 heeft de staatssecretaris de situaties waarbij sprake is van reële gevallen op enige punten verduidelijkt en versoepeld. Het besluit van 1 oktober 2003 is voor het laatst geactualiseerd en geheel opgenomen in het verzamelbesluit van 28 december 2004. Het beleid van de staatssecretaris is op dit punt niet inhoudelijk gewijzigd.

