Bij de opsporing van strafbare feiten zijn burgers steeds vaker betrokken. Om dit in goede banen te leiden gelden echter randvoorwaarden, en daaraan voldoet ons huidig recht niet altijd. Dit stelt prof.mr. Edwin Bleichrodt in zijn oratie ‘Over burgers en opsporing’.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Regelingen rond infiltreren, informanten en aanhoudingsbevoegdheid verdienen aanpassing. Een volwaardige wettelijke regeling om personen te beschermen die door hun medewerking in een levensbedreigende positie zijn terechtgekomen is noodzakelijk, aldus de hoogleraar. Bleichrodt aanvaardt met zijn rede op donderdag 2 september 2010 het ambt van hoogleraar Straf- en strafprocesrecht in de Faculteit der Rechtsgeleerdheid.
Huidig recht voldoet niet altijd aan alle randvoorwaarden burgerbetrokkenheid
De betrokkenheid van burgers varieert van het geven van informatie aan de politie via initiatieven als Burgernet tot afspraken met verdachten die als getuige tegen medeverdachten verklaringen afleggen. De overheid heeft burgers nodig ter opheldering van strafbare feiten, terwijl burgers belang hebben bij een adequate afdoening van strafbare feiten. In die zin is een sterkere betrokkenheid van de burger bij de opsporing in algemene zin niet onwenselijk.
Maar voor toenemende betrokkenheid geldt wel een aantal randvoorwaarden. De verantwoordelijkheid van de officier van justitie voor de opsporing dient tot uitdrukking te komen, er dient sprake te zijn van een normering die aansluit bij het bijzondere karakter van de rechtsverhouding tussen de verdachte, de overheid en de burger en de inzet dient in overeenstemming te zijn met de eisen van een behoorlijke strafrechtspleging.
Ons huidig recht voldoet niet in alle opzichten aan deze randvoorwaarden. Initiatieven als Burgernet en SMS-alert zijn in dit opzicht weinig problematisch. De regeling van de meer ingrijpende vormen van betrokkenheid van burgers bij de opsporing, zoals het maken van afspraken met getuigen die ook verdacht zijn en de inzet van informanten en infiltranten, dient echter wel verbeterd te worden.
Ook is de aanhoudingsbevoegdheid van de burger onduidelijk en biedt deze de burger die aanhoudt te weinig bescherming. Volgens de huidige rechtspraak kan nagenoeg altijd gebruik worden gemaakt van onrechtmatig onderzoek door derden. Overwogen zou kunnen worden op die rechtspraak een nuance aan te brengen die recht doet aan de verantwoordelijkheid van de officier van justitie voor het gebruik van verkregen materiaal in het strafproces en aan het overkoepelende belang van een behoorlijke strafrechtspleging.
Ten slotte is Nederland toe aan een volwaardige wettelijke regeling op het gebied van de bescherming van personen die door hun medewerking aan de opsporing in een levensbedreigende positie zijn terecht gekomen.

