Het ontslag van een stichtingsbestuurder die werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst kent een tweeledig karakter. Het ontslag als statutair bestuurder van een stichting brengt niet automatisch mee dat ook de arbeidsrechtelijke betrekking wordt verbroken. Dit zou betekenen dat de bestuurder dan nog in dienst is van de stichting, niet als bestuurder, maar als werknemer. Hoe het ontslag wel volledig tot stand komt, zal ik hierna bespreken. Een bestuurder van een stichting kan ook werkzaam zijn op basis van een overeenkomst van opdracht, in plaats van een arbeidsovereenkomst. In deze nieuwsbrief beperk ik mij tot het ontslag van bestuurders van een stichting die op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam zijn. Dit betreffen over het algemeen grotere stichtingen met een Raad van Toezicht en een Raad van Bestuur. In het hierna volgende wordt naast het ontslag van een stichtingsbestuurder, een parallel getrokken met de wijze van ontslag van bestuurders van een NV of BV.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De relatie van een bestuurder met een stichting of NV/BV wordt gekenmerkt door een duale band; de bestuurder is rechtspersonenrechtelijk verbonden (bijvoorbeeld via de statuten) en arbeidsrechtelijk (via de arbeidsovereenkomst). Het ontslag van een stichtingsbestuurder verloopt anders dan het ontslag van een bestuurder van een NV of BV.
In het arrest Levisson/MAB is al in 1992 geoordeeld dat ontslagverlening aan een bestuurder niet op één lijn kan worden gesteld met het ontslag als werknemer, nu de arbeidsovereenkomst nog in stand is gebleven. Als het bevoegde orgaan een besluit heeft genomen tot ontslag van een bestuurder (met arbeidsovereenkomst) dan heeft dit ontslag dus niet automatisch het gevolg dat ook de dienstbetrekking met de stichting eindigt.
Dit is anders in het geval van ontslag van een bestuurder van een NV of BV. De Hoge Raad heeft in de zogenaamde 15 april arresten in 2005 uitgemaakt dat een geldig genomen ontslagbesluit tevens in beginsel beëindiging van de dienstbetrekking van de bestuurder tot gevolg heeft. (Dit is slechts anders indien een wettelijk ontslagverbod aan de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in de weg staat of indien partijen anders zijn overeengekomen).
De arbeidsovereenkomst van de bestuurder-werknemer van de stichting zal dus steeds afzonderlijk van het ontslag als bestuurder moeten worden beëindigd.
In de literatuur is relatief weinig geschreven over de arbeidsrechtelijke aspecten van het ontslag van een stichtingsbestuurder.
Onlangs bevestigde de kantonrechter te Venlo nog eens dat de arbeidsrechtelijke regelgeving in het Burgerlijk Wetboek wordt gevolgd. Dit betekent dat in het geval een bevoegd orgaan aan een stichtingsbestuurder ontslag verleent, de bestuurder daardoor niet tevens als werknemer is ontslagen. Aanvullende toestemming tot opzegging van het UWV is volgens de kantonrechter vereist. Uit de toelichting op het BBA (dit besluit dateert uit 1945!) blijkt dat alleen voor bestuurders van een NV of BV een ontheffing geldt. Voor bestuurders van een stichting is voor rechtsgeldige opzegging dus toestemming van het UWV vereist of een ontbinding van de arbeidsovereenkomst via de kantonrechter. In mijn ogen valt dit onderscheid echter moeilijk te rechtvaardigen.
Dit is niet anders als de stichting een grote onderneming in stand houdt, die op een lijn is te stellen met NV’s en BV’s die met grote ondernemingen aan het maatschappelijk verkeer deelnemen. Hoewel die mate van maatschappelijk functioneren zou kunnen pleiten voor het op een lijn stellen van de NV, de BV en de stichting, is tot op heden geen lans gebroken om de wijze van ontslag gelijkwaardig te maken.
Inmiddels gaan er steeds meer stemmen op in de literatuur om de huidige extra toetsing op een voorgenomen ontslag door de rechter of het UWV af te schaffen. Daarvoor is dan wel eerst een wetswijziging nodig, nu uit de hiervoor genoemde jurisprudentie blijkt dat rechters de wetstekst strikt toepassen.
Dit overzicht is niet volledig als niet nog even kort wordt stilgestaan bij het rechtspersonenrechtelijk ontslag van een stichtingsbestuurder. Het ontslag van een stichtingsbestuurder als statutair bestuurder vindt over het algemeen zijn grondslag in de statuten. Er gelden geen wettelijke voorschriften, zodat de statuten zelf kunnen voorzien in de wijze, de procedure en de gronden voor ontslag, alsmede welk orgaan daartoe bevoegd is. Het verdient aanbeveling voor stichtingen om goede nota van de statuten te nemen, zowel voor de mogelijkheden van ontslag, als de wijzen waarop een eventueel verleend ontslag kan worden aangevochten door de bestuurder. Ook kan men zich tot de rechtbank wenden. Een rechtspersonenrechtelijk ontslag kan worden gebaseerd op het handelen van de bestuurder in strijd met de wet of de statuten of wanneer de bestuurder zich schuldig maakt aan wanbeheer.
Ondanks de grote overeenkomsten tussen de structuur van een NV, BV en een (grote) stichting, verschilt de wijze van ontslag van een statutair bestuurder. Wanneer een stichtingsbestuurder wordt ontslagen door bijvoorbeeld een rechtsgeldig besluit van de Raad van Toezicht, blijft de arbeidsverhouding met de stichting in beginsel in stand. Bij bestuurders van een NV of BV ligt het ontslag een stuk eenvoudiger; het ontslag van een dergelijke bestuurder verbreekt zowel de rechtspersonenrechtelijke als de arbeidsrechtelijke band. Conclusie is dat een stichtingsbestuurder een dubbele ontslag bescherming geniet; hij wordt beschouwd als een ‘gewone’ werknemer in de zin van het arbeidsrecht en krijgt daar bovenop nog eens extra statutaire bescherming.
mr. Loes Roze, Ploum Lodder Princen

