De kantonrechtersformule is een formule die gebruikt wordt om de hoogte van een ontslagvergoeding te berekenen. De formule is opgebouwd uit drie componenten (A X B X C) die met elkaar worden vermenigvuldigd. A staat voor het aantal gewogen dienstjaren, B voor de beloning en C voor de correctiefactor. De centrale vraag die in de navolgende uitspraak aan de orde kwam is of dienstjaren van vóór het faillissement van de werkgever meewegen bij het vaststellen van de A-factor in de kantonrechtersformule? Zo niet, worden deze jaren dan wel meegenomen bij de vaststelling van een vergoeding? De kantonrechter te Haarlem boog zich over deze vragen en deed op 15 juli 2010 uitspraak.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Werknemer is op 5 januari 2004 in dienst getreden bij Westbridge en is vanaf 2007 in een ander hotel in Lijnden gaan werken. In mei 2009 wordt Westbridge failliet verklaard en wordt de exploitatie van het hotel door Melbourne Holding (hierna: werkgever) overgenomen. Werknemer treedt vervolgens per 1 juni 2009 bij deze werkgever in dienst als hotel manager. Zijn contract wordt na een half jaar omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. In april 2010 solliciteert werknemer vervolgens naar de functie van general manager, maar trekt deze sollicitatie in. In mei 2010 wordt het bedrijf weer overgenomen en als gevolg van deze aandelenovername, komt de functie van werknemer te vervallen. Werkgever bericht werknemer daarom op 25 mei 2010 dat er geen andere passende functie voor hem binnen de organisatie is en doet werknemer een beëindigingvoorstel ter grootte van EUR 5.298,69 dat werknemer van de hand wijst. Diezelfde dag start ook de nieuwe general manager met zijn werkzaamheden in het hotel.
Vordering werkgever
Werkgever dient vervolgens een ontbindingsverzoek in wegens “verandering van omstandigheden”. De functie van werknemer is namelijk vervallen en werknemer is onvoldoende gekwalificeerd voor de functie van general manager. Ook herplaatsing binnen één van de hotels van werkgever is niet mogelijk. Werkgever geeft aan dat bij het aanbieden van de vergoeding – gebaseerd op één dienstjaar- uitgegaan is van het feit dat dienstjaren vóór het faillissement (in mei 2009) niet meetellen bij de berekening van de vergoeding.
Vordering werknemer
Primair verzoekt werknemer de kantonrechter om het verzoek van werkgever af te wijzen. Subsidiair verzoekt werknemer om –in het geval dat de arbeidsovereenkomst ontbonden wordt- toewijzing van een vergoeding van EUR 51.158,62 op basis van correctiefactor 2 (kantonrechtersformule C=2).
Werknemer heeft in deze vergoeding de dienstjaren vanaf januari 2004 meegeteld (dus ook de jaren van voor datum faillissement). Werknemer onderbouwt zijn vordering door aan te geven dat hij altijd goed heeft gefunctioneerd en voldoet aan alle kwalificaties die benodigd zijn voor de functie van general manager. Ook vindt werknemer dat werkgever de verwachting heeft gewekt dat hij als hotel manager in dienst kon blijven. Onder meer omdat werkgever op 20 mei 2010 een organogram had verzonden, waaruit bleek dat het hotel door een hotel manager zou worden geleid.
Kantonrechter oordeel
De kantonrechter oordeelt vervolgens dat werkgever voldoende heeft beargumenteerd waarom de werknemer niet is benoemd als general manager. Daarbij is de kantonrechter wel van oordeel dat werkgever op enkele punten onzorgvuldig heeft gehandeld (o.m. verzending organogram) en zal dit mee laten wegen bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding door middel van verhoging van de C-factor. De kantonrechter deelt wel het standpunt van werkgever dat het meetellen van de dienstjaren van voor het faillissement zich niet verdraagt met de ratio van artikel 7:666 BW (de artikelen die zien op overgang van onderneming zijn niet van toepassing indien werkgever in staat van faillissement is verklaard en de onderneming tot de boedel behoort) dat beoogt cesuur aan te brengen tussen de periode vóór en ná het faillissement. De kantonrechter neemt dus de dienstjaren van vóór datum faillissement niet mee in de “A” bij de kantonrechtersfomrule. Wel is de kantonrechter van oordeel dat dit leidt tot een onbillijke uitkomst, werknemer heeft immers vanaf januari 2007 voor werkgever gewerkt en is dat ook na het faillissement blijven doen. Derhalve zal een correctie in de C-factor plaatsvinden dat resulteert in c= 2,5.
Conclusie
Uit deze uitspraak volgt dat dienstjaren van vóór datum faillissement geen invloed hebben op de A-factor, maar dat er door de kantonrechter (eventueel) wel rekening mee wordt gehouden in de C-factor.
mr. Laura Tricomi, Van Diepen Van der Kroef Advocaten

