De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 25 juli 2013 dat de aan appellant verweten gedragingen ten dele niet zijn komen vast te staan, en voor het overige geen plichtsverzuim inhouden. De korpschef was niet bevoegd appellant strafontslag te verlenen.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De vraag moet worden beantwoord of de aan appellant gemaakte verwijten het ontslag kunnen dragen.
Bedoelde verwijten moeten worden bezien in de context van een chaotische situatie met vele betrokkenen. In de bewuste nacht is het gekomen tot meerdere confrontaties tussen enerzijds de groepen waarin appellant, respectievelijk zijn latere echtgenote zich bevonden, en anderzijds passanten op straat. De bevindingen van de korpschef berusten op een groot aantal getuigenverklaringen, alsmede op beschikbare beelden van beveiligingscamera’s. De camera’s wisselden regelmatig van positie. Niet alles wat er is voorgevallen is dan ook op de camerabeelden te zien.
Het aan appellant verweten fysieke geweld is door de camera’s niet in beeld gebracht. De korpsbeheerder baseert het bewuste verwijt uitsluitend op de getuigenverhoren van de politieambtenaren M en Va. Geen van de andere getuigen heeft het geweld verder op enigerlei wijze ter sprake gebracht. Al met al is er rondom het verwijt te veel onduidelijkheid blijven bestaan om te kunnen zeggen dat de korpschef op toereikende wijze aannemelijk heeft gemaakt dat appellant zich schuldig heeft gemaakt aan dit hem verweten fysieke geweld. In zoverre is het veronderstelde plichtsverzuim dus niet komen vast te staan.
ECLI:NL:CRVB:2013:1363

