Betrokkene heeft verzocht om schadevergoeding, gelijk aan de wettelijke rente, over de niet tijdig betaalde kinderbijslag vanaf het moment waarop hij door middel van bewijsstukken heeft aangetoond dat hij aan zijn onderhoudsplicht heeft voldaan. De Raad wijst dit verzoek toe, met dien verstande dat eerst wettelijke rente is verschuldigd na verloop van een redelijke beslistermijn. Gelet op artikel 29c, tweede lid van de AKW, stelt de Raad deze vast op acht weken nadat betrokkene de genoemde bewijsstukken heeft overgelegd.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Met betrekking tot de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM stelt de Raad vast dat de totale procedure ruim negen jaar heeft geduurd. Hierbij wordt opgemerkt dat de zaak redelijk complex is, terwijl in de opstelling van betrokkene geen rechtvaardiging is aangetroffen voor de lange duur van de procedure. De Svb heeft meer dan één jaar gedaan over het nemen van het primaire besluit. De Raad kent gelet op deze omstandigheden een immateriële schadevergoeding toe van 2000 euro wegens overschrijding van de redelijke termijn.

