Uit een recente uitspraak van de kantonrechter Utrecht kan worden afgeleid dat op de werkgever een verplichting rust om een deugdelijke verzekering voor werknemers af te sluiten ter dekking van schade die werknemers mogelijk lijden in de uitoefening van hun werkzaamheden als gevolg van een eenzijdig ongeval als voetganger.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Feiten
Werknemer is, tijdens het uitvoeren van haar werkzaamheden als postbezorger, uitgegleden op een met ijs of sneeuw bedekte oprit, met blijvend letsel tot gevolg waardoor ze de functie van postbezorger niet meer zal kunnen hervatten. Hierop spreekt ze haar werkgever aan voor de door haar geleden en nog te lijden schade. Zij voert daartoe aan dat haar werkgever haar zorgplicht heeft geschonden door geen speciaal schoeisel of ijzertjes voor gladde weersomstandigheden ter beschikking ter stellen. Tevens voert zij aan dat haar werkgever uit hoofde van goed werkgeverschap verplicht is om een behoorlijke verzekering voor haar werknemers af te sluiten.
Oordeel kantonrechter
De kantonrechter oordeelt dat de werkgever haar zorgplicht voorvloeiende uit artikel 7:658 BW (werkgeversaansprakelijkheid) niet heeft geschonden, aangezien er ten tijde van het ongeval geen sprake was van extreme weersomstandigheden, maar van “normaal Hollands winterweer” waarbij algemeen bekend is dat het plaatselijk glad kan zijn. Werkgever hoefde daardoor geen apart schoeisel of ijzertjes ter beschikking te stellen. Verder mocht de werkgever ervan uitgaan dat werknemer met het gevaar van uitglijden bekend was en de vereiste mate van oplettendheid in acht zou nemen.
Echter, het feit dat het risico op schade bij de uitvoering van de werkzaamheden buiten de zorgplicht van de werkgever ligt, betekent niet dat op de werkgever ten aanzien van het risico geen verantwoordelijkheid rust. Het bezorgen van post tijdens Hollands winterweer brengt het risico met zich mee van vallen op de stoep. Het ongeval dat de werknemer is overkomen, is inherent aan de aard en inhoud van de werkzaamheden en de omstandigheden waaronder deze dienden te worden verricht.
Niet gebleken is dat het voor de werkgever niet mogelijk is om voor het risico van schade als de onderhavige een voorziening te treffen. Werkgever is, in tegenstelling tot wat werknemer vordert, niet aansprakelijk voor de schade die werknemer als gevolg van het ongeval lijdt en nog zal lijden, maar voor het bedrag dat aan werknemer op grond van een deugdelijke verzekering, waarvan het afsluiten in redelijkheid van werkgever kan worden gevergd, zou zijn uitgekeerd. Vanzelfsprekend doelt de kantonrechter hiermee op een ongevallenverzekering die een uitkering biedt zonder dat enigerlei vorm van aansprakelijkheid van de werkgever daarvoor vereist is.
Toelichting
Op grond van artikel 7:658 BW kan een werkgever aansprakelijk worden gehouden voor schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de werkgever kan aantonen dat hij heeft voldaan aan zijn zorgplicht dan wel dat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van werknemer. De rechtspraak legt de zorgplicht voor de werkgever ruim uit waarbij de werkgever gehouden is die maatregelen te treffen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om ongevallen, die zich in de uitoefening van de werkzaamheden van de werknemer kunnen voordoen, te voorkomen. Deze, van de werkgever verlangde, maatregelen zijn afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
Wanneer werknemers werkzaam zijn op de openbare weg of deelnemen aan het verkeer, is de zorgplicht van de werkgever in het algemeen slechts beperkt, omdat de werkgever geen zeggenschap heeft over de inrichting en de daarmee samenhangende verkeersveiligheid van de openbare weg.
In een aantal arresten heeft de Hoge Raad echter overwogen dat een werkgever, naast zijn uit artikel 7:658 BW voortvloeiende zorgplicht, een aanvullende zorgplicht heeft om voor werknemers, die in de uitoefening van hun werkzaamheden als deelnemer aan het wegverkeer schade kunnen lijden, zorg te dragen voor een behoorlijke (deugdelijke) verzekering.
Door te bepalen dat de verzekeringsplicht van de werkgever zich ook uitstrekt tot eenzijdige ongevallen als voetganger die geen verband houden met het gemotoriseerd verkeer, breidt de kantonrechter de verzekeringsplicht van de werkgever aanzienlijk uit. Tot nog toe heeft de lagere rechtspraak de uitbreiding van de verzekeringsplicht afgewezen. Wel heeft het Hof ’s-Hertogenbosch op 6 juli 2010 in een andere zaak een tussenarrest gewezen waarbij het Hof in de betreffende zaak aanleiding ziet om ook de verzekeringsplicht van de werkgever wezenlijk uit te breiden ten opzichte van de heersende leer. Hierbij heeft zij de mogelijkheid opengesteld om tegen dit tussenarrest cassatie in te stellen waardoor wij mogelijk een uitspraak in deze materie krijgen van onze hoogste rechter (de Hoge Raad).
Of uiteindelijk andere (lagere) rechters de uitspraak van de kantonrechter Utrecht zullen volgen, is natuurlijk de vraag. Hopelijk geeft de Hoge Raad ons duidelijkheid hierover, maar tot die tijd moet men zich ervan bewust zijn dat uitbreiding van de verzekeringsdekking door de werkgever buitengewoon verstandig is. Ongelukken als in de besproken uitspraak zitten enerzijds in een klein hoekje, maar hebben anderzijds soms grote gevolgen.
mr. Mariëlle Lathouwers, Kneppelhout & Korthals Advocaten

