Rechtbank Haarlem heeft onlangs nogmaals uitspraak gedaan over de werkingssfeer van de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Een Nederlandse kleindochter kan deel uitnaken van de fiscale eenheid met de Nederlandse grootmoeder als de aandelen in de kleindochter worden gehouden door een maatschappij die deel uitmaakt van de fiscale eenheid (ook bekend als de middellijke bezitseis). Dat houdt dan in dat de dochtermaatschappij ook in Nederland is gevestigd, of in het buitenland is gevestigd, maar wel hier in Nederland een vaste inrichting heeft waaraan de aandelen in de kleindochter worden toegerekend. Een kleindochter met een buitenlandse moeder zonder vaste inrichting in Nederland kan geen deel uitmaken van de fiscale eenheid.
Rechtbank Haarlem heeft onlangs beslist dat deze beperking van de werkingssfeer van de fiscale eenheid in strijd komt met de vrijheid van vestiging uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Als de Nederlandse wetgever deze beperking van de werkingssfeer had opgenomen vanwege het gevaar van dubbele verliesverrekening in Nederland, dan is het mogelijk een regeling te treffen die ook effectief is, maar minder belastend is om dat doel (voorkoming van dubbele verliesverrekening) te bereiken. De rechtbank wees daarbij op drie bepalingen uit het Besluit fiscale eenheid 2003 die betrekking hebben op een fiscale eenheid met buitenlandse dochtermaatschappij waarin een dam is opgeworpen tegen dubbele verliesverrekening in Nederland. Overigens ligt de middellijke bezitseis ook op een ander punt onder vuur. Op 16 juni 2011 heeft de Europese Commissie Nederland verzocht om deze beperking in de werkingssfeer van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting op te heffen, omdat twee Nederlandse zusterbedrijven van eenzelfde buitenlandse moedermaatschappij zonder vaste inrichting in Nederland samen geen fiscale eenheid kunnen vormen.
Het regime voor de fiscale eenheid heeft voor concerns een aantal voordelen. Zo kunnen tot hetzelfde concern behorende maatschappijen onderling winsten en verliezen verrekenen. Daarnaast zijn transacties binnen het concern fiscaal neutraal. Dat wil zeggen dat geen winst hoeft te worden genomen op transacties tussen vennootschappen die tot de fiscale eenheid behoren. Ten slotte hoeft een fiscale eenheid slechts één aangifte vennootschapsbelasting in te dienen en niet elke afzonderlijke vennootschap.
In het sinds 1 januari 2003 geldende Nederlandse fiscale-eenheidsregime kunnen in Nederland gevestigde vennootschappen een fiscale eenheid vormen. Buitenlandse vennootschappen met een filiaal (vaste inrichting) in Nederland kunnen ook deel uitmaken van een Nederlandse fiscale eenheid. Buitenlandse vennootschappen zonder zo’n vaste inrichting in Nederland kunnen echter niet worden opgenomen in een Nederlandse fiscale eenheid.
Rechtbank Haarlem heeft onlangs nogmaals uitspraak gedaan over de werkingssfeer van de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Een Nederlandse kleindochter kan deel uitnaken van de fiscale eenheid met de Nederlandse grootmoeder als de aandelen in de kleindochter worden gehouden door een maatschappij die deel uitmaakt van de fiscale eenheid (ook bekend als de middellijke bezitseis). Dat houdt dan in dat de dochtermaatschappij ook in Nederland is gevestigd, of in het buitenland is gevestigd, maar wel hier in Nederland een vaste inrichting heeft waaraan de aandelen in de kleindochter worden toegerekend. Een kleindochter met een buitenlandse moeder zonder vaste inrichting in Nederland kan geen deel uitmaken van de fiscale eenheid.
Rechtbank Haarlem heeft onlangs beslist dat deze beperking van de werkingssfeer van de fiscale eenheid in strijd komt met de vrijheid van vestiging uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Als de Nederlandse wetgever deze beperking van de werkingssfeer had opgenomen vanwege het gevaar van dubbele verliesverrekening in Nederland, dan is het mogelijk een regeling te treffen die ook effectief is, maar minder belastend is om dat doel (voorkoming van dubbele verliesverrekening) te bereiken. De rechtbank wees daarbij op drie bepalingen uit het Besluit fiscale eenheid 2003 die betrekking hebben op een fiscale eenheid met buitenlandse dochtermaatschappij waarin een dam is opgeworpen tegen dubbele verliesverrekening in Nederland.
Opmerkingen
De onderhavige uitspraak van Rechtbank Haarlem ligt geheel in één lijn met een eerdere uitspraak van dezelfde rechtbank van 9 juni 2011.
De middellijke bezitseis ligt ook op een ander punt onder vuur. Op 16 juni 2011 heeft de Europese Commissie Nederland verzocht om deze beperking in de werkingssfeer van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting op te heffen, omdat twee Nederlandse zusterbedrijven van eenzelfde buitenlandse moedermaatschappij zonder vaste inrichting in Nederland samen geen fiscale eenheid kunnen vormen.

