De Hoge Raad heeft beslist dat bij de aankoop van een drijfwoning (een zogeheten marina) geen overdrachtsbelasting is verschuldigd. De betreffende marina bestond uit een betonnen caisson (het drijflichaam) met een houten opbouw, die met twee dubbele beugels aan twee palen was bevestigd en zo langs deze palen vrij op en neer kon bewegen met de waterstand. De voorzieningen voor elektriciteit, telefoon, water, gas en riool waren met flexibele verbindingen en snelkoppelingen aangesloten aan de vaste aansluitingen op de wal. Op de wal lag de tuin van de marina. De eigenaar van de marina had na de aankoop van de marina een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting ontvangen. Naar het oordeel van Hof Den Bosch was de marina volgens deze constructie bestemd om te drijven en was het een schip in de zin van het Burgerlijk Wetboek. De Hoge Raad was het daarmee eens.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
De Hoge Raad heeft beslist dat bij de aankoop van een drijfwoning (een zogeheten marina) geen overdrachtsbelasting is verschuldigd. De procedure had betrekking op een marina die met een aantal andere marina’s in een recreatiepark waren gelegen. De betreffende marina bestond uit een betonnen caisson (het drijflichaam) met een houten opbouw, die met twee dubbele beugels aan twee palen was bevestigd en zo langs deze palen vrij op en neer kon bewegen met de waterstand. De voorzieningen voor elektriciteit, telefoon, water, gas en riool waren met flexibele verbindingen en snelkoppelingen aangesloten aan de vaste aansluitingen op de wal. Op de wal lag de tuin van de marina.
De eigenaar van de marina had na de aankoop van de marina een naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting ontvangen. Naar het oordeel van Hof Den Bosch was de marina volgens bovengenoemde constructie bestemd om te drijven en was het een schip in de zin van het Burgerlijk Wetboek. De Hoge Raad was het daarmee eens.
De inspecteur had nog gesteld dat de betreffende marina toch onroerend zou zijn omdat naar zijn opvatting een marina een bestanddeel was van de (onroerende) hoofdzaak: het recreatiepark. Zijn opvatting kwam erop neer dat het recreatiepark en marina’s zozeer bij elkaar horen en op elkaar zijn afgestemd, dat het park incompleet zou zijn zonder marina’s. Ook deze redenering wees de Hoge Raad af. Indien en voor zover voor een marina een mogelijke hoofdzaak in aanmerking kan worden genomen, dan is die hoofdzaak de grond onder en naast van de marina.

