Betrokkene is indertijd uitgevallen als fulltime werkend juniorconsultant. Inmiddels heeft zij zich ontwikkeld tot een volwaardig consultant, maar parttime werkend in verband met haar beperkingen. Betrokkene voert daarom aan dat het Uwv in diens besluitvorming ten onrechte is uitgegaan van haar oorspronkelijke verdiensten als juniorconsultant. De Centrale Raad van Beroep wijst ten aanzien hiervan op het leerstuk van de zogeheten “niet gerealiseerde toekomstverwachting”.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Dit leerstuk ziet, naar door de Raad in zijn uitspraak van 28 januari 2005 (LJN AS6426) uiteengezet, op de situatie waarin met een redelijke mate van zekerheid ervan mag worden uitgegaan dat betrokkene, als zij niet arbeidsongeschikt zou zijn geworden, een andere functie dan de beklede functie zou zijn gaan bekleden of een ander loon dan het genoten loon ten tijde van de uitval zou zijn genieten. De Raad is van oordeel dat met een redelijke mate van zekerheid ervan uit mag worden gegaan dat betrokkene, als zij niet tijdens haar werkzaamheden als junior consultant was uitgevallen, werkzaam zou zijn geweest als fulltime werkzame consultant. De omstandigheid dat betrokkene de functie van consultant niet voltijds uitoefent is een gevolg van de bij haar bestaande medische beperking en behoort tot het door de WAO verzekerde risico.

