Inwoners van Nederland worden in Nederland voor hun gehele wereldinkomen belast. Heeft u in een bepaald jaar negatief inkomen uit het buitenland (door bijvoorbeeld hoge aftrekposten aldaar) dan verkleinen deze in dat jaar uw wereldinkomen. Dit betekent dat u in Nederland minder belasting hoeft te betalen hetgeen voor dat jaar een belastingvoordeel betekent. Maar dit belastingvoordeel kan in een later jaar (deels) worden teruggenomen als in dat jaar positief buitenlands inkomen is. Met de inhaalregeling wordt bijgehouden hoeveel negatief buitenlands inkomen uit voorgaande jaren nog niet is ‘verrekend’ met positief buitenlands inkomen uit een toekomstig jaar waardoor Nederland voor dat jaar een lagere voorkoming van dubbele belasting verleent. De inhaalregeling kan in sprekende gevallen tot bizarre uitkomsten leiden zo blijkt uit een recente uitspraak van Rechtbank Den Haag. In het volledige nieuwsbericht plaatsen we enige kanttekeningen bij de uitspraak.
Prijs vergelijk ADSL, kabel, glasvezel aanbieders en bespaar geld door over te stappen!
Inwoners van Nederland worden in Nederland belast voor hun gehele wereldinkomen . Tot dit wereldinkomen behoren ook inkomensbestanddelen die afkomstig zijn uit andere landen en aldaar ook in de belastingheffing worden betrokken. Afhankelijk van het type inkomensbestanddeel en het land van herkomst van het buitenlandse inkomensbestanddeel verleent Nederland dan een voorkoming van dubbele belasting op grond van een belastingverdrag of op basis van een eenzijdige regeling: het Besluit voorkoming dubbele belasting. Deze manier van internationale belastingheffing is in beginsel ook van toepassing op buitenlands belastingplichtigen die hebben geopteerd voor belastingheffing als binnenlands belastingplichtige.
Heeft u in een bepaald jaar negatief inkomen uit het buitenland (u heeft daar bijvoorbeeld aftrekposten die hoger zijn dan het inkomen aldaar) dan verkleinen deze in dat jaar uw wereldinkomen. Dit betekent dat u in Nederland minder belasting hoeft te betalen hetgeen voor dat jaar een belastingvoordeel betekent. Maar dit belastingvoordeel kan in een later jaar (deels) worden teruggenomen als er in dat jaar positief buitenlands inkomen is. Het negatieve buitenlandse inkomen schuift door naar het volgende jaar, verkleint dan het positieve buitenlandse inkomen met een kleinere voorkoming van dubbele belasting tot gevolg. Dit doorschuiven naar een volgend jaar staat bekend als de ‘inhaalregeling’. Een bij beschikking vastgestelde stand van de inhaalregeling is in wezen een te innen belastingclaim van de Nederlandse fiscus op toekomstige positieve buitenlandse inkomsten. De inhaalregeling kan in sprekende gevallen tot bizarre uitkomsten leiden. Een recente uitspraak van Rechtbank Den Haag is daar een voorbeeld van. De zaak was vereenvoudigd weergegeven als volgt.
Een vrouw met Italiaanse nationaliteit was in 2003 vanuit Nederland naar België verhuisd. Daar had ze een eigen woning die met een hypothecaire lening was gefinancierd. De vrouw verdiende haar volledige arbeidsinkomen in Nederland. Haar loon uit dienstbetrekking bedroeg in 2006 € 158.540. De vrouw had in haar belastingaangifte over 2006 een saldo van negatieve inkomsten uit Belgische eigen woning aangegeven van € 87.252 (€ 8.900 eigenwoningforfait -/- € 96.152 hypotheekrente). De vrouw had gekozen voor de fiscale behandeling als binnenlands belastingplichtige. Daardoor kon zij de negatieve Belgische inkomensbestanddelen in mindering brengen op het Nederlandse inkomen. Deze situatie van positief Nederlands inkomen en relatief hoog negatief Belgisch inkomen had tot toepassing van de inhaalregeling geleid. Deze situatie was kennelijk al enige jaren gaande want de stand van de inhaalregeling was inmiddels hoog opgelopen. De inspecteur had bij beschikking de stand van de inhaalregeling per 31 december 2006 vastgesteld op € 398.389. De beschikking was eerder dan de navorderingsaanslag over 2006 opgelegd.
De vrouw maakte bezwaar tegen deze stand van de inhaalregeling en voerde diverse verweren aan. Zo voerde zij onder meer aan dat de keuzeregeling (om te worden behandeld als binnenlands belastingplichtige) in strijd was met Europees recht en een belemmering vormde voor het vrije verkeer van werknemers en kapitaal. Door de afgifte van de beschikking inhaalregeling kwam zij in een slechtere positie dan inwoners van Nederland die voor het overige in gelijke omstandigheden verkeren. Verder stelde zij dat op grond van arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (zaken Renneberg en Gielen) geen keuze als binnenlands belastingplichtige meer hoeft te worden gemaakt om hypotheekrenteaftrek te kunnen krijgen. Ook buitenlands belastingplichtigen hebben net als inwoners van Nederland een onvoorwaardelijk recht op hypotheekrenteaftrek. In een andere grief stelde zij dat de beschikking inhaalregeling uiteindelijk tot een dubbele belastingheffing zal leiden zodra zij in het buitenland gaat werken dan wel aldaar met pensioen gaat. Nu al ondervond zij een acuut belastingnadeel van de inhaalbeschikking omdat zij vanwege de inhaalregeling een aantrekkelijk aanbod om haar dienstbetrekking in België te gaan uitoefenen had afgeslagen. Ten slotte voerde de vrouw aan dat voor de beoordeling of de keuzeregeling in strijd is met het Europese recht ook de terugploegregeling (ook wel bekend als de claw back) in aanmerking moet worden genomen. (De claw back houdt in dat indien een niet-ingezetene niet langer opteert voor de keuzeregeling er een terugname plaats van de negatieve buitenlandse inkomensbestanddelen (aftrekposten) die gedurende de optieperiode ten laste zijn gekomen van het Nederlandse inkomen – red.)
De rechtbank was van oordeel dat het niet tot een inhoudelijke beoordeling van de grieven van de vrouw kon toekomen. Er waren geen feiten of omstandigheden gebleken die zouden kunnen leiden tot een lagere aanslag dan door de inspecteur was vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep uiteindelijk toch gegrond omdat de stand van de inhaalregeling moest worden verlaagd van € 398.389 naar € 361.387.
Opmerkingen
De rechtbank was van oordeel dat een inhoudelijke beoordeling achterwege moest blijven omdat de navorderingaanslag inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen over 2006 niet tot een lager bedrag vastgesteld moet worden. Uit de vrije summiere tekst van de uitspraak valt niet op te maken dat de aanslag inzet van de procedure is geweest. Wel had de vrouw bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde beschikkingen met een stand van de inhaalregeling. Dit type beschikking is volgens het Besluit voorkoming dubbele belasting een uitdrukkelijk voor bezwaar vatbare beschikking. Mogelijk heeft de rechtbank de beschikking inhaalregeling gezien als integraal onderdeel van een belastingaanslag. In die visie kan het gevolgen hebben voor de omvang van de te beoordelen geschilpunten. Echter, dit valt moeilijk te rijmen met de omstandigheid dat een beschikking inhaalregeling een voor bezwaar vatbare beschikking met een zelfstandige rechtsingang is.
Enige stellingen van de vrouw in de onderhavige procedure zijn in meerdere of mindere mate aan de orde geweest in een procedure waarin Rechtbank Breda op 18 april 2001 uitspraak heeft gedaan. In de procedure voor rechtbank Breda was echter niet geopteerd voor behandeling als binnenlands belastingplichtige. De rechtbank was van oordeel dat de keuzeregeling geen adequaat en proportioneel middel is om een gegeven discriminatie te neutraliseren en wees daarbij op een bezwaar van de claw back uit de keuzeregeling Naar het oordeel van die rechtbank dwingt Nederland met de claw back de niet-ingezetene niet alleen te kiezen voor binnenlandse belastingplicht, maar ook om deze keuze, op straffe van veelal aanzienlijke kosten, ook in de toekomst voort te zetten. Voor de vrouw in de procedure van Rechtbank Den Haag speelt de claw back eveneens een rol, maar daarnaast ook de inhaalregeling met dezelfde hoge ‘belastingkosten’. Als zij het aantrekkelijke aanbod van de gedeeltelijke uitoefening van haar dienstbetrekking in België had aangenomen, dan zou door de hoge stand van inhaalregeling ad € 361.387 over een tijdsperiode van enige jaren dat Belgische inkomen zowel volledig in België als effectief in Nederland zijn (weg)belast. Gezien de hoogte van haar arbeidsinkomen over 2006 en de progressieve tariefstructuur van de Nederlandse en Belgische belastingen is het zelfs denkbaar dat de belastingdruk de 100% nadert of zelfs overschrijdt. Daarom kan men zich de vraag stellen of ook de inhaalregeling in strijd komt met het Europese recht.

